Nieuwe vrienden
's Avonds vallen we samen stil onder zijn dekenfort. Weliswaar niet voor de veldslagen in pyjama hijsen en de trap op dirigeren al dan niet roemrijk gewonnen werden. Maar wanneer we ons samen onder zijn burcht van dekens nestelen, verandert alles. De mond die nooit stilstaat, zwijgt. De altijd rusteloze handen liggen zacht en zwaar op mijn been. En dat allemaal door een klein ventje uit een boek te toveren. Pluk, heet hij. Bijna ademloos luistert mijn kleine boekenvriend. Met zijn hoofd op mijn navel en altijd één vinger op de tekening. Langzaam luisteren. Dat leert hij. Dat een boek niet altijd op één twee drie uit is om het dan nog eens te lezen. Hij neemt zijn nieuwe lettervrienden mee in zijn slaap. Anders zou hij me niet fluisterend roepen, wanneer ik ook eindelijk mijn bed induik
'Mama? Nog één keer.'
En dan doen we samen: Prrt...ta-lie-loe!
vrijdag 10 september 2010
donderdag 9 september 2010
Groeien
En het bleef hangen. De (te) veelvuldige 'Neen, mama. Ik kan dat alleen'-s zitten daar zeker voor een groot stuk tussen.
First there was the Newborn: an inscrutable lump who eerily resembled Winston Churchill.Zo begint het feest van herkenning dat ik een tijdje geleden las bij Lies.
En het bleef hangen. De (te) veelvuldige 'Neen, mama. Ik kan dat alleen'-s zitten daar zeker voor een groot stuk tussen.
maandag 6 september 2010
De dans ontspringen
Of ik ook even mijn boekenkast onder handen wou nemen, vroeg Lief. Ik keek op van de doos vol speelgoed die ik uit alle hoeken van het huis verzameld had. Alles kreeg een prijskaartje voor de rommelmarkt met het motto: 'Daar spelen ze toch niet meer mee'. (En met de pijnlijke knieval na de uitschuiver over een autootje in het achterhoofd, als ik eerlijk ben.)
Die daar, wees Lief. Net op het moment dat er een paperback uit mijn wijnkistjesboekenkast plofte. Onder lichte dwang dirigeerde hij me naar mijn verzameling en liet me daar staan.
Als ik mijn kinderen hun speelgoed kan verkopen, kan ik het ook met boeken, dacht ik en toog aan het sorteren. Een pijnlijk kwartier later had ik een stapel die tot aan mijn knieën kwam en sorteerde ze in een doos om mee te nemen. Ik probeerde ik niet te denken aan de zalige uren in bad, zetel, strand of trein die deze hoop papier met mij gesleten had.
Tevergeefs, want 's avonds smokkelde ik vier boeken terug mee de donkere trap op en schoof ze zachtjes terug in de boekenkast. En ik was niet de enige. Aan het prijskaartje op het autootje te zien dat KleineVent vastklampte in zijn slaap.
Of ik ook even mijn boekenkast onder handen wou nemen, vroeg Lief. Ik keek op van de doos vol speelgoed die ik uit alle hoeken van het huis verzameld had. Alles kreeg een prijskaartje voor de rommelmarkt met het motto: 'Daar spelen ze toch niet meer mee'. (En met de pijnlijke knieval na de uitschuiver over een autootje in het achterhoofd, als ik eerlijk ben.)
Die daar, wees Lief. Net op het moment dat er een paperback uit mijn wijnkistjesboekenkast plofte. Onder lichte dwang dirigeerde hij me naar mijn verzameling en liet me daar staan.
Als ik mijn kinderen hun speelgoed kan verkopen, kan ik het ook met boeken, dacht ik en toog aan het sorteren. Een pijnlijk kwartier later had ik een stapel die tot aan mijn knieën kwam en sorteerde ze in een doos om mee te nemen. Ik probeerde ik niet te denken aan de zalige uren in bad, zetel, strand of trein die deze hoop papier met mij gesleten had.
Tevergeefs, want 's avonds smokkelde ik vier boeken terug mee de donkere trap op en schoof ze zachtjes terug in de boekenkast. En ik was niet de enige. Aan het prijskaartje op het autootje te zien dat KleineVent vastklampte in zijn slaap.
donderdag 26 augustus 2010
Omdat het weer een tijdje geleden is: donderdag-vraagdag
Mijn werk voelt soms niet als werk. Zoals vorige week: mijn bureau heb ik niet gezien. Alle hoekjes van een dorpszaaltje in een uithoek-gemeente dan weer wel. Tussen de cateringshiften en de berg adminstratie mocht ik elke morgen mee dansen. Een workshop met als enig doel: wakker worden.
Een uur dansen, springen en wiegen op fijne muziek. Om op het einde fuifgewijs en alle hopelijk-kijkt-er-niemand-mij-vrees vergeten te springen op dit:
Dan mag de tijd van mij stil blijven staan. En bij u?
Mijn werk voelt soms niet als werk. Zoals vorige week: mijn bureau heb ik niet gezien. Alle hoekjes van een dorpszaaltje in een uithoek-gemeente dan weer wel. Tussen de cateringshiften en de berg adminstratie mocht ik elke morgen mee dansen. Een workshop met als enig doel: wakker worden.
Een uur dansen, springen en wiegen op fijne muziek. Om op het einde fuifgewijs en alle hopelijk-kijkt-er-niemand-mij-vrees vergeten te springen op dit:
Dan mag de tijd van mij stil blijven staan. En bij u?
woensdag 25 augustus 2010
Windhoos
Als een windhoos waai je door de dag. Met een gier en een zwiep gooi je jezelf uit bed.
Je blaast soms luid en scherp - zo erg dat onze oren mee suizen. Andere keren rommel je op de achtergrond. Je wurmt je door de kleinste kieren en laat een spoor speelgoed in je kielzog achter.
Je waait en zwiept over de zetels, op de kasten. Je flappert nadrukkelijk aan onze kleren. In ons haar.
Je staat niet stil. Je gaat nooit liggen en kan niet luwen.
Alleen wanneer je slaapt, is alle beweging uit je. Ben je zacht en warm.
En zelfs dan nog, blijft er een handje flapperen. Als die tak die altijd tegen het raam tikt.
Als een windhoos waai je door de dag. Met een gier en een zwiep gooi je jezelf uit bed.
Je blaast soms luid en scherp - zo erg dat onze oren mee suizen. Andere keren rommel je op de achtergrond. Je wurmt je door de kleinste kieren en laat een spoor speelgoed in je kielzog achter.
Je waait en zwiept over de zetels, op de kasten. Je flappert nadrukkelijk aan onze kleren. In ons haar.
Je staat niet stil. Je gaat nooit liggen en kan niet luwen.
Alleen wanneer je slaapt, is alle beweging uit je. Ben je zacht en warm.
En zelfs dan nog, blijft er een handje flapperen. Als die tak die altijd tegen het raam tikt.
Abonneren op:
Posts (Atom)