Nazomer, my *****
De 'ik ben o zo moe' helft van mezelf is boos. Hou die nazomer maar. Na een natte augustus en een kwakkel halve september, moet er niemand nu nog met de zon en zomerse temperaturen aan komen zetten. Ik verwarm me wel met dekentjes, hoge laarzen en warme truien. Dus hou maar op met '25° en meer'. Laat de temperaturen nu maar echt dalen. Dan mag hier aan mijn bureau eindelijk de verwarming aan. Want als het kon, kroop ik in mijn mok met hete koffie. Zo koud is het hier.
maandag 20 september 2010
donderdag 16 september 2010
Muntje
De dag wankelde als een muntje op zijn kant. Een meewarige wolk boven mijn hoofd duelleerde met de tomeloze energie van twee blije kinderen die de kamer door stuiterden. Ik wou terug in bed, droomloos slapen. Maar ik wilde evengoed naar buiten. Lopen, energie naar binnen zuigen.
Toen hoorde ik dit:
(Ozark Henry - This one's for you)
De dag viel.
Net daar waar hij hoorde
en liep als tranen over mijn wangen.
De dag wankelde als een muntje op zijn kant. Een meewarige wolk boven mijn hoofd duelleerde met de tomeloze energie van twee blije kinderen die de kamer door stuiterden. Ik wou terug in bed, droomloos slapen. Maar ik wilde evengoed naar buiten. Lopen, energie naar binnen zuigen.
Toen hoorde ik dit:
(Ozark Henry - This one's for you)
De dag viel.
Net daar waar hij hoorde
en liep als tranen over mijn wangen.
maandag 13 september 2010
Ooh, was het een wedstrijd?
Een eerste loopwedstrijd is net zo onwennig als een eerste schooldag of een eerste werkdag. Zo stond ik er ook, zo tussen honderden lopers: onwennig.
Een eerste loopwedstrijd is niet meer dan bewijzen: dit kan ik! Mijn voeten maalden de woorden: niet opgeven, doorlopen, niet opgeven, doorlopen. En ik liep. Verbijsterend traag aan de groep voor mij te zien. Toch niet zo traag, als ik door de bocht ging en de achterliggers zag lopen.
Een eerste loopwedstrijd is niet ontspannen. Het is je grenzen tastbaar voor je uit zien lopen. Jezelf in de teugels houden en niet voorbij galopperen.
Een eerste loopwedstrijd is uitkijken naar bekende gezichten die je een huphuphup toejuichen.Mijn eerste loopwedstrijd finishte ik samen met een kwieke zeventiger. Ik fantaseer er graag bij dat dit zijn laatste was en mijn eerste. Maar dat is mijn zwak voor het verhaal achter de dingen.
Een eerste loopwedstrijd is net zo onwennig als een eerste schooldag of een eerste werkdag. Zo stond ik er ook, zo tussen honderden lopers: onwennig.
Een eerste loopwedstrijd is niet meer dan bewijzen: dit kan ik! Mijn voeten maalden de woorden: niet opgeven, doorlopen, niet opgeven, doorlopen. En ik liep. Verbijsterend traag aan de groep voor mij te zien. Toch niet zo traag, als ik door de bocht ging en de achterliggers zag lopen.
Een eerste loopwedstrijd is niet ontspannen. Het is je grenzen tastbaar voor je uit zien lopen. Jezelf in de teugels houden en niet voorbij galopperen.
Een eerste loopwedstrijd is uitkijken naar bekende gezichten die je een huphuphup toejuichen.Mijn eerste loopwedstrijd finishte ik samen met een kwieke zeventiger. Ik fantaseer er graag bij dat dit zijn laatste was en mijn eerste. Maar dat is mijn zwak voor het verhaal achter de dingen.
vrijdag 10 september 2010
Nieuwe vrienden
's Avonds vallen we samen stil onder zijn dekenfort. Weliswaar niet voor de veldslagen in pyjama hijsen en de trap op dirigeren al dan niet roemrijk gewonnen werden. Maar wanneer we ons samen onder zijn burcht van dekens nestelen, verandert alles. De mond die nooit stilstaat, zwijgt. De altijd rusteloze handen liggen zacht en zwaar op mijn been. En dat allemaal door een klein ventje uit een boek te toveren. Pluk, heet hij. Bijna ademloos luistert mijn kleine boekenvriend. Met zijn hoofd op mijn navel en altijd één vinger op de tekening. Langzaam luisteren. Dat leert hij. Dat een boek niet altijd op één twee drie uit is om het dan nog eens te lezen. Hij neemt zijn nieuwe lettervrienden mee in zijn slaap. Anders zou hij me niet fluisterend roepen, wanneer ik ook eindelijk mijn bed induik
'Mama? Nog één keer.'
En dan doen we samen: Prrt...ta-lie-loe!
's Avonds vallen we samen stil onder zijn dekenfort. Weliswaar niet voor de veldslagen in pyjama hijsen en de trap op dirigeren al dan niet roemrijk gewonnen werden. Maar wanneer we ons samen onder zijn burcht van dekens nestelen, verandert alles. De mond die nooit stilstaat, zwijgt. De altijd rusteloze handen liggen zacht en zwaar op mijn been. En dat allemaal door een klein ventje uit een boek te toveren. Pluk, heet hij. Bijna ademloos luistert mijn kleine boekenvriend. Met zijn hoofd op mijn navel en altijd één vinger op de tekening. Langzaam luisteren. Dat leert hij. Dat een boek niet altijd op één twee drie uit is om het dan nog eens te lezen. Hij neemt zijn nieuwe lettervrienden mee in zijn slaap. Anders zou hij me niet fluisterend roepen, wanneer ik ook eindelijk mijn bed induik
'Mama? Nog één keer.'
En dan doen we samen: Prrt...ta-lie-loe!
donderdag 9 september 2010
Groeien
En het bleef hangen. De (te) veelvuldige 'Neen, mama. Ik kan dat alleen'-s zitten daar zeker voor een groot stuk tussen.
First there was the Newborn: an inscrutable lump who eerily resembled Winston Churchill.Zo begint het feest van herkenning dat ik een tijdje geleden las bij Lies.
En het bleef hangen. De (te) veelvuldige 'Neen, mama. Ik kan dat alleen'-s zitten daar zeker voor een groot stuk tussen.
Abonneren op:
Posts (Atom)