Weg lopen
De zon kleurt de hemel rood en paars. Het ruikt naar herfst, naar natte bladeren en mul zand. Het voelt als herfst, met warm zweet op mijn rug en koude lucht op mijn voorhoofd.
Rustig lopen we onze wekelijkse toer. Niet opgejaagd door opgelegde kilometers, tijden of afstanden. We lopen ons rondje zoals we dat al sinds maart doen. Naast de velden die eerst begroeid waren met onkruid, daarna vers omgeploegd om dan helemaal uit te drogen tijdens de te warme lente. We liepen langs frisse plantjes die later in de zomer hoge maïsplanten werden.
De velden zijn nu weer kaal. Het is bijna weer even koud als toen we begonnen.
Het ziet er waarschijnlijk vredig uit, als je ons zo samen ziet draven. Niet snel, wel perfect in cadans. Voeten in hetzelfde ritme, armen in hetzelfde ritme en witte wolkjes die ons pad markeren.
Maar niet alles is zo vredig. In mijn oren klinkt op eindeloze repeat dit:
Het enige lied dat mijn voeten altijd in het juiste ritme laat lopen.
donderdag 13 oktober 2011
maandag 10 oktober 2011
Autumn on my mind
De herfst is in het land. En zondag om 12.34 was het plots écht herfst. De jongste sliep, de oudste verkondigde dat hij ook een beetje wou rusten in ons bed. Ik warmde mijn kersepitkussentje op, palmde het beste plekje van de zetel in, stal meteen ook de twee zachtste kussens vanonder Lief zijn neerzakkend hoofd, krulde op met een boek op mijn schoot en drapeerde het grootste en zachtste tv-dekentje over het geheel.
"Het voelt als Sinterklaas", mompelde ik genietend. Wat zoveel wil zeggen als: Het is een heerlijke dag om binnen te blijven, hoogstens onderbroken voor een wandeling buiten in de koude wind, alleen maar om rode wangen en koude handen te kunnen warmen aan iets warms en lekkers.
"Het is nog maar net herfst en jij denkt al aan de winter", mompelde mijn dommelende lief
"Sinterklaas valt wel in de herfst", weerlegde ik.
"Maar Sinterklaas voelt als winter", besloot hij met het laatste woord.
En u, herfst of winter?
De herfst is in het land. En zondag om 12.34 was het plots écht herfst. De jongste sliep, de oudste verkondigde dat hij ook een beetje wou rusten in ons bed. Ik warmde mijn kersepitkussentje op, palmde het beste plekje van de zetel in, stal meteen ook de twee zachtste kussens vanonder Lief zijn neerzakkend hoofd, krulde op met een boek op mijn schoot en drapeerde het grootste en zachtste tv-dekentje over het geheel.
"Het voelt als Sinterklaas", mompelde ik genietend. Wat zoveel wil zeggen als: Het is een heerlijke dag om binnen te blijven, hoogstens onderbroken voor een wandeling buiten in de koude wind, alleen maar om rode wangen en koude handen te kunnen warmen aan iets warms en lekkers.
"Het is nog maar net herfst en jij denkt al aan de winter", mompelde mijn dommelende lief
"Sinterklaas valt wel in de herfst", weerlegde ik.
"Maar Sinterklaas voelt als winter", besloot hij met het laatste woord.
En u, herfst of winter?
dinsdag 4 oktober 2011
Cadeautjes-tijdZe doet het weer! Tess en haar elfje organiseren een nieuwe Secret Santa.
Een grote virtuele kerstboompluk, zeg maar. Vorig jaar deed ik mee en mocht ik juichen met dit
Wil je ook iets maken voor iemand die je alleen via het www kent en een cadeautje terugkrijgen van iemand die jou niet kent? Wil je twee weken vol voorpret aan de brievenbus liggen om de postbode op te wachten en wil je - net als ik vorig jaar - een vreugdedansje doen rond de keukentafel? Meld je dan aan bij Tess.
maandag 3 oktober 2011
Toch al één (of kom twee) die al blij zijn...
"Nog nooit zo content geweest om een terras tot zien veranderen tot een hoop betonpuin", dacht ik toen een viertal mannen met drilboor en kraan ons terras sloopten en onze tuin definitief in een bouwwerf veranderden.
Maar die KleineVent van ons, die is er zo mogelijk nog blijer mee.
Het kind kampeert aan het raam om geen enkele schep zand of gemetselde steen te missen. Eenmaal de bouwvakkers weg zijn schiet ie zijn laarzen aan om "nog een beetje te werken" waarna hij wat met een stok in het zand pookt en de hardheid van de beton test. En filosofeert wat over de zin en onzin van verbouwen filosofeert.
"Mama, ik vind jullie een beetje gek"
"Waarom, ventje?"
"Eerst komt er een meneer die een grote muur stuk maakt. Dan komt er een meneer om die op te ruimen en dan bouwen die samen een nieuwe muur."
"Mama, ik mag al op die muur lopen heeft de meneer gezegd. Want ik ben klein. Maar jij mag er nog niet op, want als jij erop staat zal de muur omvallen."
Of mijn favoriet tot nu toe:
"Waar gaan jullie naartoe?" tegen de bouwvakkers die alles inpakken om te vertrekken.
"Naar huis en patatjes eten",antwoord die ene die duidelijk zelf kinderen heeft.
"Wonen jullie dan allemaal samen in één huisje?"
"Nog nooit zo content geweest om een terras tot zien veranderen tot een hoop betonpuin", dacht ik toen een viertal mannen met drilboor en kraan ons terras sloopten en onze tuin definitief in een bouwwerf veranderden.
Maar die KleineVent van ons, die is er zo mogelijk nog blijer mee.
Het kind kampeert aan het raam om geen enkele schep zand of gemetselde steen te missen. Eenmaal de bouwvakkers weg zijn schiet ie zijn laarzen aan om "nog een beetje te werken" waarna hij wat met een stok in het zand pookt en de hardheid van de beton test. En filosofeert wat over de zin en onzin van verbouwen filosofeert.
"Mama, ik vind jullie een beetje gek"
"Waarom, ventje?"
"Eerst komt er een meneer die een grote muur stuk maakt. Dan komt er een meneer om die op te ruimen en dan bouwen die samen een nieuwe muur."
"Mama, ik mag al op die muur lopen heeft de meneer gezegd. Want ik ben klein. Maar jij mag er nog niet op, want als jij erop staat zal de muur omvallen."
Of mijn favoriet tot nu toe:
"Waar gaan jullie naartoe?" tegen de bouwvakkers die alles inpakken om te vertrekken.
"Naar huis en patatjes eten",antwoord die ene die duidelijk zelf kinderen heeft.
"Wonen jullie dan allemaal samen in één huisje?"
dinsdag 27 september 2011
Dankwoordje na de ochtendspits
De ochtendspits is de laatste tijd nog zelden een mooie rechte lijn van start tot finish.
Het is een hordeloop - met horden die zich groter en kleiner maken op het moment dat je afzet om te springen - met bochten en zelf U-turns - waardoor je opeens de hele andere kant opholt dan de bedoeling was.
Maar elke dag raak ik er - op één of andere manier, en vroeg of laat - toch weer. Daarom zijn enkele bedankingen op zijn plaats.
Dankje KleineVent, de combinatie die ik aanhad toch niet zo mooi. Die beker melk was het ideale excuus om weer boven in mijn kleerkast te duiken.
Dankje deur met uitstekende spijker. De jas die ik droeg was al minstens twee jaar oud. Met de scheur ter hoogte van mijn elleboog heb ik eindelijk een reden om een nieuwe te gaan kopen.
Dankje KleineMeid, ik weet zeker dat de juffen van de voorschoolse opvang blij zijn dat hun gang weer gedweild is. Maar weet dat niemand, echt niemand, jou vraagt om je languit in de doorgang te werpen en elk pluisje met je natte neus op te snuiven. Het is geen vereiste.
Dankje meneer in de blauwe auto om keihard op uw remmen te staan. Ik zag u echt niet. Uw woest gewuif neem ik schuldbewust met me mee. Ik was al blij dat u niet toeterde. Ik ben ook blij dat u mij niet omver reed.
En gelukkig is hij er ook, tijdens de 50 kilometer lange adempauze 's morgens. Zo dat ik weer naar adem kan happen en me klaar maken voor de volgende langeafstandsloop.
De ochtendspits is de laatste tijd nog zelden een mooie rechte lijn van start tot finish.
Het is een hordeloop - met horden die zich groter en kleiner maken op het moment dat je afzet om te springen - met bochten en zelf U-turns - waardoor je opeens de hele andere kant opholt dan de bedoeling was.
Maar elke dag raak ik er - op één of andere manier, en vroeg of laat - toch weer. Daarom zijn enkele bedankingen op zijn plaats.
Dankje KleineVent, de combinatie die ik aanhad toch niet zo mooi. Die beker melk was het ideale excuus om weer boven in mijn kleerkast te duiken.
Dankje deur met uitstekende spijker. De jas die ik droeg was al minstens twee jaar oud. Met de scheur ter hoogte van mijn elleboog heb ik eindelijk een reden om een nieuwe te gaan kopen.
Dankje KleineMeid, ik weet zeker dat de juffen van de voorschoolse opvang blij zijn dat hun gang weer gedweild is. Maar weet dat niemand, echt niemand, jou vraagt om je languit in de doorgang te werpen en elk pluisje met je natte neus op te snuiven. Het is geen vereiste.
Dankje meneer in de blauwe auto om keihard op uw remmen te staan. Ik zag u echt niet. Uw woest gewuif neem ik schuldbewust met me mee. Ik was al blij dat u niet toeterde. Ik ben ook blij dat u mij niet omver reed.
En gelukkig is hij er ook, tijdens de 50 kilometer lange adempauze 's morgens. Zo dat ik weer naar adem kan happen en me klaar maken voor de volgende langeafstandsloop.
Abonneren op:
Posts (Atom)