dinsdag 13 maart 2012
De vlijtige huisvrouw in mij stelt niet veel voor. Al ramen lappend zie ik drie lege potten staan en bedenk dat ik nog bloembollen liggen heb die dringend geplant moeten worden. In tegenstelling tot ieder ander laat ik simpelweg de spons in de emmer plonzen, sleep de potaarde aan en plant de bloembollen. Er zit iets in mijn hoofd dat die eekhoorntjes moeilijk kan negeren. Een idee flitst door mijn hoofd en *hop* ik moet er achteraan. Wat dus kan resulteren in het volgende:
Na een uur vertier met playdoh zijn de kinderen naar buiten verwezen om wat stenen-en moddersoep te maken. De zwarte vloer is bezaaid met vrolijke snippers regenbogen die ik even snel wil weg stofzuigen. En als je toch bezig bent met het stuk rond de tafel kun je meteen al de rest doen. Rond het speelkeukentje herinner ik me nog de doos met oud speelkeukentjesmateriaal die mijn papa onlangs binnengooide (dankje papa, nooit dozen genoeg hier) en laat de stofzuiger voor wat ze is. Ik ga naar de kelder, sleep de doos naar boven en zie vanuit mijn ooghoek de poef die ik al lang weer in hergebruik wilde nemen. Zo moeilijk kan het toch niet zijn om die zelf te overtrekken met een nieuw stofje. Ik duw de doos speelmateriaal in de gang, sleur ook de poef naar boven en haal mijn stoffenvoorraad naar beneden. Ik drapeer en probeer, maar niets lijkt bruikbaar. Gelukkig is er het www en de online stoffenwinkeltjes. Laptop open, online winkeltjes neuzen en stofje kiezen. Aan het bureautje valt me in hoe kaal alles nog is. Geen kadertje of bloemetje. Dus hup opnieuw naar de kelder om de doos met kadertjes op te snorren. Die he-le-maal onderaan de stapel dozen staat, maar wie zegt dat dat een probleem is. Voor de derde maal sleep ik een te zwaar object een te gammele trap op. Op dat moment bedenk ik dat we heel wat minder kasten hebben dan zes maand geleden, dus ook minder ruimte om iets op te zetten. Het lijkt me beter om de kadertjes aan de muren te spijkeren. Ik laat de doos voor wat ze is, en zoek Lief's werkmateriaal. Net op het moment dat ik sta te dubben over waar de eerste spijker in te hameren, wandelt Lief binnen en dit is wat hij ziet:
stofzuiger onder de tafel
doos vol speelkeukenmateriaal in de gang
poef ondersteboven op het tapijt
lappen stoffen over de zetel
een kast vol kadertjes
een Kruimel met hamer en vier spijkers tussen haar tanden
(en buiten, dat wil je niet weten, of ja het resultaat van twee kleuters een emmer water en veel zwart zand)
Het Lief kent me al. 'Eekhoorntje?'
*insert knik*
maandag 12 maart 2012
# wijvenweek: maskers af
Over het waarom van make-up
Als ik heel eerlijk ben heb ik geen crème, poeder, concealer, schaduw of liner voor waar dan ook nodig. Al wat ik nodig heb is tijd. Om op het gemak mijn ogen open te trekken. Om langzaam wakker te worden. Geef me wat tijd voor een koffie en gestaar naar de bomen buiten en ik kan de wereld aan. Wat zachte muziek op de achtergrond, een lege dag vol beloftes. Het staat instant garant voor wakkere ogen, zachtroze huid en een blos op mijn wangen.
Maar net omdat ik ’s morgens dat allemaal niet heb, heb ik ze wel nodig. Die concealer om de wallen onder mijn ogen weg te werken. De mascara om mijn blik wat wakkerder te maken en wat blush om er iet of wat gezond uit te zien.
Jammer genoeg stopt ook dat gegeven soms bij het hebben van twee kinderen. Ontbreekt mij zelfs daarvoor de tijd voor. Je weet wel, op die ochtenden dat de capaciteit om zich zelf aan te kleden onbestaande lijkt, maar zelf uitkleden geen probleem lijkt. Of dat er verstoppertje gespeeld wordt met schoenen en autosleutels. Dat boterhamwerpen wordt verfijnd tot een Olympische sport en het record zus-zitten, haartrekken-broer dringend moet verbeterd worden. Op die dagen stap ik de deur uit net zoals ik het bed uitstapte. Met haar dat alle kanten uitpiekt, vlekkerig rood vel, twee fronsen waarachter zich twee ogen schijnen te verschuilen. En zo werk ik als een briesend paard mijn kinderen de deur uit, jaag ze de auto in en gooi ze nog net niet de voorschoolse opvang in.
En op die dagen – in de twee minuten wachten op mijn carpoolcollega – doe ik van zwiep veeg met wat fond de teint en een mascaraborsteltje.
Veel menslievender, vol humor en overlopend van capaciteit om alle triviale dingen te relativeren word ik er niet van, maar tenminste zie ik er toch zo uit.
donderdag 8 maart 2012
Er zijn dingen die ik zo schoon vind dat de tranen spontaan in mijn ogen springen. Uit het niets biggelen enkele tranen over mijn wang.
Een mooi liedje terwijl ik over het altijd rechte stuk rijd waar ik tienmaal per week over rijd.
Een stilleven van duplopopjes op een traptrede als de spelmakers al lang in dromenland vertoeven.
Een handgeschreven briefje van mijn mama dat ik tussen de pagina's van een boek vind als vergeten bladwijzer.
Natte krullen in de nek van zoon of dochter terwijl ze frisgewassen en moe elk onder hun dekentje in de zetel opgekruld een filmpje kijken.
Een gedicht dat over alle barrières en obstakels in mijn hoofd springt en mijn hart week maakt.
Welk moois maakt jouw wangen nat?
woensdag 7 maart 2012
Slaapgewijs zijn de rollen omgedraaid. De jongste, die het afgelopen jaar met gemak een gat in de ochtend kon slapen, heeft haar voorliefde voor het krieken van de dag hervonden. (Alleen jammer dat ze het hele huis wil laten delen in die liefde. )
De oudste die tot voor kort kwart voor vijf een prima uur vond om hele playmobile-scenario's uit te testen aan de deur van de ouderlijke slaapkamer, heeft tezelfdertijd zijn liefde voor kussen en dekbed ontdekt.
Wat dus resulteert in dit:
*vanop de tweede verdieping om 5:30*
MAMA, IK BEN WAKKER
*vanop de eerste verdieping*
ZUS, WEES STIL. IK WIL NOG SLAPEN
*vanop de tweede verdieping*
MAMA, IK BEN WAKKER!!
*vanop de eerste verdieping*
ZU-HUS, NIET ROEPEN. IK WIL NOG SLAPEN
*vanop de tweede verdieping*
MAMAMAMAMAMAMAMAMAMA, IK BE-HEEEN WAAAAA-KKER!!
*vanop de eerste verdieping*
IK ZEG TOCH NIET ROEPEN. IK WIL NOG SLAPEN EN NU MAAK JE MAMA EN PAPA OOK NOG WAKKER!!!!!!!
Enfin, ik geef hem een 8 voor de poging.
maandag 5 maart 2012
Ik kijk naar mijn voeten en gil al mijn frustratie uit. Aan mijn voeten – in de gietende regen – ligt de volledige inhoud van mijn tas. Mijn rondzwemmende agenda, portefeuille, sleutels, brooddoos en notaboek vormen samen een knap staaltje – haast en spoed is zelden … .
De man onder de paraplu roept me joviaal toe. ‘Dat is maandag, madammeke.’
Het was anders dan maandag. Een maandag begint niet om kwart na vier in de vorm van een kwieke dochter. Een maandag begint niet met het gevoel dat slaap iets is uit een vorig leven. Een maandag behelst standaard geen kleed- en eet-hindernisparcours in kwadraat.
Een maandag dat is geen zin en goesting hebben.
Obstakel genoeg lijkt me.
Ondanks het vroege startuur en dankzij alle genomen hindernissen arriveren we – doornat geregend – aanvaardbaar te laat aan de deur van de opvang. Tot ik besef dat ik een klein handje mis in mijn hand. En dat de eigenaar van dat handje een staaltje ‘driftbui in de gietende regen’ ten berde brengt op de speelplaats. Dus laat je je nog iets natter dan doornat regenen, heis je de eigenaar en het handje op je schouders en troon je alles en iedereen druppend naar binnen. Om vijf minuten later – al niet meer zo aanvaardbaar te laat – je opnieuw in de stortbui te wagen en aan de auto je sleutel uit je tas te nemen. Die natuurlijk kiept en de gehele inhoud richting straatstenen spuwt. Ja, net in die grote, zwarte plas in de goot.
Dan gil je.
En als de man onder de paraplu je joviaal toeroept. ‘Dat is maandag, madammeke.’ Dan borrelt er iets op waar je mensen heel erg pijn mee kan doen, dus frons je iets ongedefinieerd en stap je leeg en moe met de hele dag nog voor je in de auto.
Het was anders dan maandag,
ergens in die hoosbui zat de druppel die er teveel aan was.