Iets met wachten
Het was half december. We lagen samen op bed (bij gebrek aan zetel) te fluisteren. Gesprekken na 19.30 moesten gefluisterd worden, want één kamer verder lagen twee kinderen te slapen. Dat hoort zo als je van
kamperen in eigen huis doet tijdens de winter.
Al fluisterend fantaseerden we. Nog 8 weken en dan staat ie er. Dat waar de verbouwing in de eerste plaats mee begon: onze keuken. Want na maanden stof happen, koken op een klein kookplaatje in de kamer van de oudste en overal over vallen omdat er nergens ruimte was, droomden we van de eindmeet met de keuken als kers op de taart.
De oplettende lezers weten ondertussen wel dat ie er niet op tijd stond. Eerst was er iets met
waterschade, dan met productiefouten. En toen kwam de
waarheid op tafel: een groot woord dat begint met een F. Sinds gisteren wachten we niet meer op de kers. Meneer de keukenbouwer kreeg een vriendelijk bericht dat het niet meer hoeft, dat er andere keukenbouwers zijn.
En ik dacht dat ik ondertussen geleerd heb om te wachten, om geduld te hebben en te blijven aandringen.
Dat dacht ik, tot deze morgen de terrasmeneer aanbelde met de mededeling dat ze regen voorspellen en hij dus niet kon beginnen aan ons terras. Net zoals vier weken geleden en drie weken geleden. En ja, het was inderdaad jammer dat hij in die korte zomerprik echt-echt-echt niet bij ons kon werken. En neen, volgende week zal ook al niet kunnen. Hij komt dus half juni, als het niet regent tenminste. Of als ze niet voorspellen dat het zal regenen de eerste drie dagen.
Ik heb dus niet geleerd te wachten. Of mijn geduld is op. Dat kan ook. In elk geval ben ik op zo'n dagen blij dat ik redelijk wat kilometers moet rijden naar mijn werk. Dat de muziek luid kan en dat niemand er last van heeft dat je de longen even uit je lijf schreeuwt in de beslotenheid van de auto.
Voor het welzijn van mijn collega's ...