Onderzoek
'Ik roep even iemand om wat te helpen.'
Ik knikte en draaide me terug naar KleineMeid die in een hoekje tussen de kast en de stoel gekropen was. Knalrood aangelopen bleef ze met haar hoofd schudden: 'Neeneeneeneeneeneeneen!'
Even daarvoor had de verpleegster al met tientallen soorten lichtjes voor haar ogen gezwaaid. Had ze tot vervelens toe appels, huizen, laarzen en eenden moeten aanduiden. Bij de veertiende appel draaide ze zich om naar mij: 'Gaan we alsjeblieft naar huis, mama?' Dat mocht nog niet. Er moest eerst nog gegoocheld worden met pietpiraatpleisters en gekeken worden in vreemdsoortige verrekijkers.
Allemaal om uit te sluiten of onze jongste een brilletje nodig had.
Even daarvoor liet de verpleegster een druppeltje in haar oogjes vallen, waarbij ze zei: 'Het kan een beetje prikken.' Dat kon ik moeiteloos opmaken uit het gebrul dat vanop mijn schoot opsteeg. En de vastberadenheid van mijn dochter om dat geen tweede maal te laten gebeuren. Want voor het flesje nog maar in de buurt van haar oog kwam, had ze zich losgeworsteld. En zo verschanste mijn dochter zich tussen kast en stoel. Vastbesloten geen druppels meer in de buurt van haar ogen te laten komen.
Weet je hoeveel mensen er nodig zijn om oogdruppels toe te dienen aan een driejarige?
Vier!
En weet je in hoeveel stukjes een moederhart kan breken?
Veel, heel veel.
Dus toen de dokter verklaarde dat er voorlopig niets aan de hand was met het zicht van KleineMeid, morrelde het gebroken moederhart in mij wat verontwaardigd. Al dat gepruts aan mijn kind dat uiteindelijk niet nodig bleek.
Maar een ander deel van mij. Het deel dat nog heel goed weet hoe het was om als jong meisje met een brilletje rond te lopen die deels gemaakt leek te zijn van confituurbokaaltjes, zuchtte opgelucht.
dinsdag 28 augustus 2012
vrijdag 24 augustus 2012
Vasthouden
Al twee weken worden we weer stipt op het werk verwacht. De weken van uitslapen, rondlummelen op blote voeten, alles wat onmisbaar is in de auto stouwen en naar het zuiden rijden, ... is voorbij. De kleinsten fladderen ondertussen van grootouders, naar opvang, naar sportkamp. 'Nog een beetje vakantie, maar geen echte vakantie meer', vindt KleineVent.
Het gevoel van ontbijten aan de tent met zicht op water en bos ligt nog te dicht bij om een mooie herinnering te zijn. Voorlopig voelt het vooral als gemis. Dus broeden we op een dessert. Een vakantie-uitsmijter. We nemen de agenda's erbij en kruisen half september aan. En stiekem kruisen we onze vingers voor mooie weer.
De vakantie is nog niet voorbij. En dat gevoel is bijna zo troostend als na een geweldig feestje bij het licht van de koelkast nog snel een stukje taart binnenspelen.
Al twee weken worden we weer stipt op het werk verwacht. De weken van uitslapen, rondlummelen op blote voeten, alles wat onmisbaar is in de auto stouwen en naar het zuiden rijden, ... is voorbij. De kleinsten fladderen ondertussen van grootouders, naar opvang, naar sportkamp. 'Nog een beetje vakantie, maar geen echte vakantie meer', vindt KleineVent.
Het gevoel van ontbijten aan de tent met zicht op water en bos ligt nog te dicht bij om een mooie herinnering te zijn. Voorlopig voelt het vooral als gemis. Dus broeden we op een dessert. Een vakantie-uitsmijter. We nemen de agenda's erbij en kruisen half september aan. En stiekem kruisen we onze vingers voor mooie weer.
De vakantie is nog niet voorbij. En dat gevoel is bijna zo troostend als na een geweldig feestje bij het licht van de koelkast nog snel een stukje taart binnenspelen.
dinsdag 21 augustus 2012
Vreemde
Op mijn nachttafel staat één foto. Mijn mama ligt op haar buik in het gras. Op de achtergrond staat - ietwat scheef - de Big Ben. Eén van de allerlaatste foto's die van haar gemaakt is. De foto staat al zo lang op mijn nachtkastje dat ik er zelden nog echt naar kijk. Het beeld dat ik in mijn hoofd van haar heb is mooier en completer, dan die ene momentopname.
Maar soms - als ik echt kijk - valt die herinnering voor mijn ogen uiteen. Zag ze er echt zo moe uit? Was haar glimlach echt zo trillerig? In mijn herinnering blonken haar ogen meer. Was ze zachter dan die vreemde die hier op mijn foto staat. Soms lijkt ze op een oude klasgenoot die je tegen het lijf loopt. Tussen alle trekken herken je nog de persoon die je lang geleden goed kende, maar een heel leven tekende sporen waar je het verhaal niet van kent.
Wat als ik je vandaag opnieuw tegen het lijf liep? denk ik dan. Met al die jaren tussen ons. Zou je me nog herkennen? Wat zou je van me vinden? Hoe zou je denken over mijn keuzes?
En dan smelt alles weer samen. Zie ik niet langer het gezicht op de foto, maar staat de foto als vanouds weer voor het lijntje dat ik met haar heb. En dan kan ik het gevoel dat ze een vreemde voor me is, weer van me afschudden.
Op mijn nachttafel staat één foto. Mijn mama ligt op haar buik in het gras. Op de achtergrond staat - ietwat scheef - de Big Ben. Eén van de allerlaatste foto's die van haar gemaakt is. De foto staat al zo lang op mijn nachtkastje dat ik er zelden nog echt naar kijk. Het beeld dat ik in mijn hoofd van haar heb is mooier en completer, dan die ene momentopname.
Maar soms - als ik echt kijk - valt die herinnering voor mijn ogen uiteen. Zag ze er echt zo moe uit? Was haar glimlach echt zo trillerig? In mijn herinnering blonken haar ogen meer. Was ze zachter dan die vreemde die hier op mijn foto staat. Soms lijkt ze op een oude klasgenoot die je tegen het lijf loopt. Tussen alle trekken herken je nog de persoon die je lang geleden goed kende, maar een heel leven tekende sporen waar je het verhaal niet van kent.
Wat als ik je vandaag opnieuw tegen het lijf liep? denk ik dan. Met al die jaren tussen ons. Zou je me nog herkennen? Wat zou je van me vinden? Hoe zou je denken over mijn keuzes?
En dan smelt alles weer samen. Zie ik niet langer het gezicht op de foto, maar staat de foto als vanouds weer voor het lijntje dat ik met haar heb. En dan kan ik het gevoel dat ze een vreemde voor me is, weer van me afschudden.
maandag 13 augustus 2012
Wens
Op zijn knieën kroop hij door het gras van de picknickweide. Hij plukte een uitgebloeide paardebloem, kneep zijn ogen dicht en blies zijn wangen bol. Met een 'pffffffrrrrr' vlogen de pluisjes alle kanten op. Hij keek ze na tot ze niet meer te zien waren en plukte een volgende uitgebloeide paardebloem en nog één en nog één.
'Mama, als je alle pluisjes in één keer wegblaast mag je een wens doen.Niet?'
'Ik denk het wel, ventje.'
'Ik wens steeds hetzelfde. Zo zal mijn wens zeker uitkomen.'
'En wat heb jij dan gewenst?'
'Dat het altijd vakantie blijft zodat we elke dag de hele dag bij elkaar zijn.'
Hij kruipt verder op zoek naar de volgende paardebloem.
Ik kijk hem na. Zijn benen gebruind door de zon, zijn blonde strohaar, zwarte blote voeten en rouwrandjes onder zijn nagels.
Zoekend kijk ik rondom me. Staat er hier nergens een uitgebloeide paardebloem.
Want misschien...
als ik heel hard blaas en heel hard wens....
Op zijn knieën kroop hij door het gras van de picknickweide. Hij plukte een uitgebloeide paardebloem, kneep zijn ogen dicht en blies zijn wangen bol. Met een 'pffffffrrrrr' vlogen de pluisjes alle kanten op. Hij keek ze na tot ze niet meer te zien waren en plukte een volgende uitgebloeide paardebloem en nog één en nog één.
'Mama, als je alle pluisjes in één keer wegblaast mag je een wens doen.Niet?'
'Ik denk het wel, ventje.'
'Ik wens steeds hetzelfde. Zo zal mijn wens zeker uitkomen.'
'En wat heb jij dan gewenst?'
'Dat het altijd vakantie blijft zodat we elke dag de hele dag bij elkaar zijn.'
Hij kruipt verder op zoek naar de volgende paardebloem.
Ik kijk hem na. Zijn benen gebruind door de zon, zijn blonde strohaar, zwarte blote voeten en rouwrandjes onder zijn nagels.
Zoekend kijk ik rondom me. Staat er hier nergens een uitgebloeide paardebloem.
Want misschien...
als ik heel hard blaas en heel hard wens....
woensdag 18 juli 2012
Uitzicht
Hele dagen zit ik als een dolle teksten te typen. Ik maan de letters tot tempo aan en zet komma's en punten op hun plaats. Ik typ mezelf letterlijk een weg naar donderdagnamiddag. Tot aan het moment dat ik mijn werk in een ander zijn mailbox mag keilen en mijn laptop voor lange tijd mag dichtklappen. Was ik één of ander elektrisch apparaatje, mijn batterijlogootje was verwoed aan het pinken.
's Avonds zoek ik wat tegengewicht in het plooien van shorts en rokjes. Ik maak stapeltjes vakantie overal in huis: een rijtje zonnecrèmes - een hoopje kleurboeken en bos kleurpotloden - een groepje emmertjes en schopjes. Het is net voldoende om die batterij op reserve te laten functioneren tot donderdagmiddag.
Ik verlang naar zon, naar blauwe lucht en naar niets moeten. En dat voor langer dan twee dagen na elkaar. Ik heb een ander uitzicht nodig.
Abonneren op:
Posts (Atom)