Spiegel
Soms kijk ik naar mijn kinderen, maar zie mezelf. Als KleineVent voor de televisie zit en roept 'Ik ben Bliksem', net zoals ik vroeger ruziede met mijn neven over wie 'MiepMiep' mocht zijn als 'Roadrunner' speelde. Of hoe KleineVent duikboot speelt in een bad dat daar eigenlijk echt wel te klein voor is, hoe graag de grenzeloze fantasie van een kleuter het ook anders zou willen zien. Dan zie ik mezelf over de badrand gluren naar mijn moeder die met soppende sokken op het soppende badkamertapijt stond.
Of zoals KleineMeid zich gisterenavond vastklemde aan haar prentenboek. Geen knuffel was goed genoeg. Alleen wat Guido Van Genechten uit zijn tekengerei toverde.
Mijn slapende peuter, met een kartonnen prentenboek in haar armen geklemd. Het onmiskenbare bewijs dat ook zij enkele prioriteiten meekreeg via de navelstreng.
Zo, tot snel? Tot later? Ik weet het niet. Ik weet wel dat ik kriebelende schrijfvingers niet wil negeren.
woensdag 16 februari 2011
maandag 31 januari 2011
donderdag 27 januari 2011
Gedichtendag 2011
De wereld is wonderlijk leeg zonder jou.
Er staat maar zo weinig meer in.
De hemel is aldoor zo hinderlijk blauw.
Waarom? Wat heeft het voor zin?
De merel zit zachtjes te zingen in ‘t groen.
Voor mij hoeft ie heus zo z’n best niet te doen.
De wereld kon vol van geluk zijn, maar nou:
leeg, zonder jou.
Dat zonder jou nog een lente bestaat
met ooievaars en met bloemen,
dat er een meidoorn in bruidstooi staat,
is zonder meer tactloos te noemen.
En wat is het nut van een lindenlaan,
als wij er samen niet langs kunnen gaan?
Langs alle heggetjes bloeit wilde roos
nutteloos, zinneloos.
De wereld is wonderlijk leeg zonder jou.
Er staat maar zo weinig meer in.
De hemel is aldoor zo hinderlijk blauw.
Waarom? Wat heeft het voor zin?
De merel zit zachtjes te zingen in ‘t groen.
Voor mij hoeft ie heus zo z’n best niet te doen.
De wereld kon vol van geluk zijn, maar nou:
leeg, zonder jou.
(Annie M.G. Schmidt)
De wereld is wonderlijk leeg zonder jou.
Er staat maar zo weinig meer in.
De hemel is aldoor zo hinderlijk blauw.
Waarom? Wat heeft het voor zin?
De merel zit zachtjes te zingen in ‘t groen.
Voor mij hoeft ie heus zo z’n best niet te doen.
De wereld kon vol van geluk zijn, maar nou:
leeg, zonder jou.
Dat zonder jou nog een lente bestaat
met ooievaars en met bloemen,
dat er een meidoorn in bruidstooi staat,
is zonder meer tactloos te noemen.
En wat is het nut van een lindenlaan,
als wij er samen niet langs kunnen gaan?
Langs alle heggetjes bloeit wilde roos
nutteloos, zinneloos.
De wereld is wonderlijk leeg zonder jou.
Er staat maar zo weinig meer in.
De hemel is aldoor zo hinderlijk blauw.
Waarom? Wat heeft het voor zin?
De merel zit zachtjes te zingen in ‘t groen.
Voor mij hoeft ie heus zo z’n best niet te doen.
De wereld kon vol van geluk zijn, maar nou:
leeg, zonder jou.
(Annie M.G. Schmidt)
Abonneren op:
Posts (Atom)