De dagen zitten vreemd ineen. 's Morgens kom ik minuten en uren tekort. In plaats van een ochtendritueel hebben wij een roetsjbaan. Jong grut uit de pyjama's en in de kleren krijgen. Brood op tafel, kinderen rond de tafel en brood in hongerige kindermagen. Die overstemd worden door luide kinderstemmen die nog een spelletje willen spelen. Een potje Monopoly, zo tien minuten voor ik de deur uit moet, daar zien ze geen graten in. Ze hebben tijd 's morgens mijn kinderen. Ik zou er dolgraag wat van hen lenen.
Overdag kantelt het gevoel 180°. Op de tijd tussen 9 en 16 u. zit teveel rek.
Ze kruipt, wat ik ook doe. Mijn laatste razende deadline haalde ik vorige week en sindsdien rommel ik wat rond aan de finish. Ik pruts met losse eindjes. Hier een komma, daar een punt. En ik boor tevergeefs naar nieuwe bronnen energie omdat volgende project aan te pakken.
's Avonds stort ik me op dezelfde roetsjbaan, maar dan in omgekeerde volgorde.
Van jong grut uit de auto in het huis krijgen, eten op tafel zetten - tussen de ridderaanvallen en ballongevechten door - en de kroost ook rond tafel weten te houden tot het eten op is, van kleren naar pyjama. Van het allerlaatste spelletje naar bed. Van het allerlaatste verhaaltje naar dromenland. En dan vallen ook mijn ogen dicht.
Ik heb teveel en te weinig op de verkeerde momenten lijkt het.
donderdag 14 februari 2013
vrijdag 8 februari 2013
donderdag 7 februari 2013
Behang
Als ik ooit iets opnieuw zou kunnen doen in mijn relatie, is het kiezen aan welke kant van het bed ik slaap.
Waarom? Ik slaap aan de linkerkant. Toevallig ook de kant van de deur. Dus wanneer mijn kinderen in het holst van de nacht de trap afsluipen en onze kamer inlopen ben ik de eerste waar ze tegen opbotsen. En waarom zou je een rondje rond het bed lopen om de vader des huizes wakker te maken?
Neen, mijn slaapplek aan de linkerkant promoveerde mij tot de ouder die altijd gewekt wordt. Hetzij door een beetje duwen tegen mijn heup, wrijven/hardhandig tikken op mijn hoofd of - zoals laatst - gewoon boven mijn gezicht gaan hangen en wachten tot ik wakker word (helemaal niet verschietachtig dat laatste, not.)
De nachten zonder ononderbroken slaap zijn dus nog altijd op weinig handen te tellen. Toegegeven, ik moet geen nachtenlang rondjes meer lopen. Speuren naar een zoekgeraakte knuffel of kussen zijn minder tijdsrovend, maar wakker ben ik toch.
Daarbij heeft mijn kroost de gave om me altijd uit mijn diepste slaap te wekken, het moment dat ik volop aan het dromen ben. Eenmaal wakker blijven die dromen dan aan mij plakken, tot diep in de dag. Vannacht was ik in mijn droom behang aan het kiezen. Het ene waanzinnige patroon na het andere passeerde de revue en in mijn droom vond ik ze allemaal mooi. Toen was daar om 02.48 u. KleineMeid die 'een beetje honger had'. En *plak* deed de parade aan behangmotieven.
We zijn bijna twaalf uur verder en ik zie de kleuren nog langs mijn netvlies passeren. Ik drink nog een tas koffie en onderdruk de neiging om op zoek te gaan welke leverancier net dat soort behangpapier verkoopt.
Waarom? Ik slaap aan de linkerkant. Toevallig ook de kant van de deur. Dus wanneer mijn kinderen in het holst van de nacht de trap afsluipen en onze kamer inlopen ben ik de eerste waar ze tegen opbotsen. En waarom zou je een rondje rond het bed lopen om de vader des huizes wakker te maken?
Neen, mijn slaapplek aan de linkerkant promoveerde mij tot de ouder die altijd gewekt wordt. Hetzij door een beetje duwen tegen mijn heup, wrijven/hardhandig tikken op mijn hoofd of - zoals laatst - gewoon boven mijn gezicht gaan hangen en wachten tot ik wakker word (helemaal niet verschietachtig dat laatste, not.)
De nachten zonder ononderbroken slaap zijn dus nog altijd op weinig handen te tellen. Toegegeven, ik moet geen nachtenlang rondjes meer lopen. Speuren naar een zoekgeraakte knuffel of kussen zijn minder tijdsrovend, maar wakker ben ik toch.
Daarbij heeft mijn kroost de gave om me altijd uit mijn diepste slaap te wekken, het moment dat ik volop aan het dromen ben. Eenmaal wakker blijven die dromen dan aan mij plakken, tot diep in de dag. Vannacht was ik in mijn droom behang aan het kiezen. Het ene waanzinnige patroon na het andere passeerde de revue en in mijn droom vond ik ze allemaal mooi. Toen was daar om 02.48 u. KleineMeid die 'een beetje honger had'. En *plak* deed de parade aan behangmotieven.
We zijn bijna twaalf uur verder en ik zie de kleuren nog langs mijn netvlies passeren. Ik drink nog een tas koffie en onderdruk de neiging om op zoek te gaan welke leverancier net dat soort behangpapier verkoopt.
maandag 4 februari 2013
Miniatuur
Wat hij niet heeft in lengte en gewicht, maakt hij goed in stemgeluid en beweeglijkheid. Normaal gezien. In een gemiddeld weekend passeert hij viermaal per minuut wervelstormgewijs langs je benen. Toetert hij je trommelvliezen zeven maal aan flarden en knalt minstens drie blauwe plekken op je armen. Echt niet expres, dat laatste (daarom niet minder pijnlijk.)
Dit weekend kwam hij amper van de zetel. Mijn kleine vent, die zich met stem en gebaren anders altijd groter maakt dan hij is, krulde zich op onder de dekens. Als ik even niet keek smokkelde hij zijn duim in zijn mond. Wit, maar met roodgloeiende wangen kabbelde hij door het weekend. Zondagmiddag, het rusten moe, klauterde hij van de bank en nestelde zich aan tafel met kleurpotloden en veel verhalen in zijn hoofd.
‘Ik wil een groot blad, mama’, wees hij een klein A5 van de hand.
Met het puntje van zijn tong uit zijn mond boog hij zich over het witte vel.
’s Avonds tijdens het opruimen viel mijn oog op het resultaat. In een klein hoekje van het A3 blad ontwaar ik berg en een fort. Tussen de bomen gaat een ridder te paard met een piepklein zwaardje een iets minder kleinere draak te lijf. De steekvlam van de draak is zo groot als mijn pinknagel en toch is alles er. De stekels op de drakenstaart, de verbeten trek om de mond van de ridder, zeven knopen op een harnas.
Ik knip het hoekje tekening uit en plak hem in mijn notaboek.
Een miniatuur van mijn miniatuur.
Abonneren op:
Posts (Atom)