Het leesleven zoals het is...
Ziek en vermomd als een paddestoel hangt ze op mijn schoot. Tussen de rode blaasjes zie ik hier en daar nog een stukje KleineMeid. Geworteld tegen mijn buik is ze vastberaden de dag door te komen.
Ik wil haar troosten met wat ik het beste ken en pluk een prentenboek uit de kast. Met lege ogen kijkt ze naar de prenten. Geen 'boeh' of 'kotkot' die haar een glimlach kan ontlokken. En terwijl ik me inleef in de wondere wereld van de boerderij dwalen haar ogen weg om te blijven haken aan KleineVent's blokkendoos.
Een laatste 'i-a' verjaagt haar definitief van mijn schoot. Piepend wiebelt ze naar de blokken en daar verschijnt de glimlach die ik haar wou ontlokken.
Ze duwt het prentenboek uit mijn handen wanneer ik me naast haar laat zakken op het tapijt en propt twee blokken in mijn handen met een doelgerichte 'da'. Ik mag torens bouwen.
Was ze niet uit mijn buik gekropen, ik begon me vragen te stellen...
dinsdag 30 maart 2010
donderdag 25 maart 2010
maandag 22 maart 2010
Lente + 1
Tien en nog wat waren we. Het pruttelen van de koffiezet viel stil. We duwden een stoel tegen het aanrecht en balanceerden er samen op. GroteKleineBroer hield de tas vast, ik schonk voorzichtig de koffie in. En dan trokken we naar boven. Hij met een suikerklontje en lepel in zijn hand. Ik, ogen vast op de koffietas die veel te vol was. Met een ‘happy birthday’ op onze lippen vielen we de kamer binnen. En elk jaar lag ze met dichtgeknepen ogen om dan verrast wakker te worden.
Het koffiespoor op de trap vond ze nooit erg. Dat de koffie (veertien schepjes op een half kannetje) waarschijnlijk niet drinkbaar was, ook niet. Noch het feit dat er altijd een restje op het dekbed eindigde.
Daar dacht ik aan, vanmorgen. De Senseo stopte met pruttelen en tegen het aanrecht geleund dronk ik mijn koffie. In mijn hoofd neuriede ik ‘Happy Birthday’. Misschien heeft ze het gehoord.
Tien en nog wat waren we. Het pruttelen van de koffiezet viel stil. We duwden een stoel tegen het aanrecht en balanceerden er samen op. GroteKleineBroer hield de tas vast, ik schonk voorzichtig de koffie in. En dan trokken we naar boven. Hij met een suikerklontje en lepel in zijn hand. Ik, ogen vast op de koffietas die veel te vol was. Met een ‘happy birthday’ op onze lippen vielen we de kamer binnen. En elk jaar lag ze met dichtgeknepen ogen om dan verrast wakker te worden.
Het koffiespoor op de trap vond ze nooit erg. Dat de koffie (veertien schepjes op een half kannetje) waarschijnlijk niet drinkbaar was, ook niet. Noch het feit dat er altijd een restje op het dekbed eindigde.
Daar dacht ik aan, vanmorgen. De Senseo stopte met pruttelen en tegen het aanrecht geleund dronk ik mijn koffie. In mijn hoofd neuriede ik ‘Happy Birthday’. Misschien heeft ze het gehoord.
donderdag 18 maart 2010
woensdag 17 maart 2010
Boom & In
Daar in die hoogste boom, helemaal bovenaan. Dat ben ik.
Dat menselijk wezen van nog net geen meter hoog beneden aan de stam. Dat is KleineVent.
Hij is de reden dat ik hier zo hoog in de boom zit.
Ik ben de reden waarom hij niet wil stoppen met roepen dat ik naar beneden moet komen.
Ik denk dat zoiets een patstelling heet.
Ik denk ook dat ik hier nog even blijf zitten.
Met mijn hoofd in de wind, vogels rond mijn oren en zon op mijn wangen.
Daar in die hoogste boom, helemaal bovenaan. Dat ben ik.
Dat menselijk wezen van nog net geen meter hoog beneden aan de stam. Dat is KleineVent.
Hij is de reden dat ik hier zo hoog in de boom zit.
Ik ben de reden waarom hij niet wil stoppen met roepen dat ik naar beneden moet komen.
Ik denk dat zoiets een patstelling heet.
Ik denk ook dat ik hier nog even blijf zitten.
Met mijn hoofd in de wind, vogels rond mijn oren en zon op mijn wangen.
Abonneren op:
Posts (Atom)