Gepaaid met een fabel
Conditie opbouwen dat is een fabel. Ik dacht altijd dat conditie iets was zoals sparen. Als je trouw geld op je spaarrekening stort, dan groeit die aan. Stort je een tijdje niet, dan behoud je nog altijd het bedrag dat je tot dan toe spaarde. Niet zo dus met conditie!
Meer dan tien maanden ging ik trouw tweemaal in de week lopen.
En toen kwamen er de verbouwingen, avonden vol overuren, avonden waar het echt te koud was om nog een teen buiten te steken, avonden waar het te donker was om zonder een spoortje van fluo door de straten te gaan hollen, avonden waar ik te moe was om de trap op te lopen en in de zetel in slaap viel. En voor ik het wist verstreken zomaar zes weken. Maar geen nood. Ik had tien maand trouw tweemaal per week gelopen, ik had een basis om op terug te vallen.
Dus toen het deze week op alle vlakken meezat (de fluo-accessoires waren in mijn bezit, het was niet te koud, mijn loopmaatje had tijd, ik had mezelf geen kans gegeven om in de zetel in slaap te vallen) stonden we lichtgevend en al klaar om onze toer te lopen.
En wat bleek? Conditie blijft helemaal niet op je wachten tot je weer tijd hebt om eraan te werken. Kijk je er enkele weken niet naar om, dan pakt die conditie zijn boeltje bij elkaar en verlaat ie het pand.
De toer werd dus ingekort. En zo droop ik - goed zichtbaar in het donker - met een tong tot op mijn knieën en weer een illusie armer naar mijn zetel, om daar prompt in slaap te vallen.
vrijdag 25 november 2011
donderdag 24 november 2011
Raising Roses

Ik volg de blog van Roos al een hele tijd, al van toen ze vrolijk blogde over haar jongens en elke week met Daan tekenende wat ze zag. En toen ging Roos in januari plots in het Engels bloggen. Haar man kreeg te horen dat hij leed aan acute lymfatische leukemie. Ik volg Roos nog altijd nu ze schrijft over hun strijd tegen kanker, over hun twee zoontjes die worstelen en het grote niet weten. Maar naast de emotionele impact die kanker in hun leven bracht, is er ook de financiële kant. Want kanker houdt nergens rekening mee; niet met twee opgroeiende jongetjes die een vader nodig hebben, niet met een vrouw die haar man soms wekenlang moet missen en niet met financiën. Roos’ zenlerares Karen Maezen Miller besloot daarom the Roos & Kenji medical fund op te richten. Time to raise roses! Laten we onze krachten bundelen en Roos en haar gezin helpen. Want is dat niet wat we allemaal zouden willen als ons iets dergelijks zou overkomen; geholpen worden?
Ik volg de blog van Roos al een hele tijd, al van toen ze vrolijk blogde over haar jongens en elke week met Daan tekenende wat ze zag. En toen ging Roos in januari plots in het Engels bloggen. Haar man kreeg te horen dat hij leed aan acute lymfatische leukemie. Ik volg Roos nog altijd nu ze schrijft over hun strijd tegen kanker, over hun twee zoontjes die worstelen en het grote niet weten. Maar naast de emotionele impact die kanker in hun leven bracht, is er ook de financiële kant. Want kanker houdt nergens rekening mee; niet met twee opgroeiende jongetjes die een vader nodig hebben, niet met een vrouw die haar man soms wekenlang moet missen en niet met financiën. Roos’ zenlerares Karen Maezen Miller besloot daarom the Roos & Kenji medical fund op te richten. Time to raise roses! Laten we onze krachten bundelen en Roos en haar gezin helpen. Want is dat niet wat we allemaal zouden willen als ons iets dergelijks zou overkomen; geholpen worden?
vrijdag 18 november 2011
Het leukste kwartiertje van de dag...
dat zijn twee kwartiertjes geworden. Het dekenfort aan de voet van de trap is niet meer. Teveel ruzie om welk boek en wie op schoot van de voorleesfee mocht, zorgden ervoor dat de donzen muren van het fort op hun grondvesten trilden. De bewoners van het dekenfort zochten daarom elk een nieuw onderkomen. De kleinste, prinses driftkikker, verhuisde naar haar torenkamer, waar uit het niets een leeszetel verscheen. Voorzien van alle leesgemakken zoals een leesdeken en mini-wijnkistenboekenkastje binnen handbereik . Alles wat door haar voormalige leesvriend in het dekenfort 'voor kleintjes' werd bevonden, sleurde de kleine prinses eigenhandig de trap op. Prinses driftkikker houdt er traditionele waarden op na en is zelden in voor iets nieuws. Hoezeer de lieve petemoeien nieuwe boeken laten aanrukken, prinses driftkikker grijpt altijd terug naar dezelfde schatten.
Klein wit visje
Gonnie
Mijn kleine held
Waar is mijn potje?
Het liefst alle vier. Maar daar heeft de voorleesfee jammer genoeg geen tijd voor. Want vlak onder de torenkamer bouwt de oudste, prins dondersteen, elke avond eigenhandig een nieuw dekenfort. Kleiner, compacter met ruimte voor langere verhalen. Sinds de introductie van het fenomeen 'bladwijzer' zijn de prins en de voorleesfee samen weer helemaal verslingerd aan Annie M.G. Schmidt. Jip & Janneke zijn hip en happening in het nieuwe dekenfort. Maar ook Pluk en zijn Petteflet en Otje staan in de gang te wachten tot het aan hen is.
En zo is het weer peins en vree in het land aan de voet van de trap. Elk drijven ze weg in hun eigen dromen. De één op zoektocht naar de mama van wit klein visje, de andere op stap met Takkie en co. En elke avond sluipt de voorleesfee nog even langs hun bedjes voor zich zich onder haar eigen warme deken laat glijden en soms vindt ze het jammer dat er geen voorleesfee is voor de voorleesfee zelf. Want voorgelezen worden, dat is toch iets bijzonders.
dat zijn twee kwartiertjes geworden. Het dekenfort aan de voet van de trap is niet meer. Teveel ruzie om welk boek en wie op schoot van de voorleesfee mocht, zorgden ervoor dat de donzen muren van het fort op hun grondvesten trilden. De bewoners van het dekenfort zochten daarom elk een nieuw onderkomen. De kleinste, prinses driftkikker, verhuisde naar haar torenkamer, waar uit het niets een leeszetel verscheen. Voorzien van alle leesgemakken zoals een leesdeken en mini-wijnkistenboekenkastje binnen handbereik . Alles wat door haar voormalige leesvriend in het dekenfort 'voor kleintjes' werd bevonden, sleurde de kleine prinses eigenhandig de trap op. Prinses driftkikker houdt er traditionele waarden op na en is zelden in voor iets nieuws. Hoezeer de lieve petemoeien nieuwe boeken laten aanrukken, prinses driftkikker grijpt altijd terug naar dezelfde schatten.
Klein wit visje
Gonnie
Mijn kleine held
Waar is mijn potje?
Het liefst alle vier. Maar daar heeft de voorleesfee jammer genoeg geen tijd voor. Want vlak onder de torenkamer bouwt de oudste, prins dondersteen, elke avond eigenhandig een nieuw dekenfort. Kleiner, compacter met ruimte voor langere verhalen. Sinds de introductie van het fenomeen 'bladwijzer' zijn de prins en de voorleesfee samen weer helemaal verslingerd aan Annie M.G. Schmidt. Jip & Janneke zijn hip en happening in het nieuwe dekenfort. Maar ook Pluk en zijn Petteflet en Otje staan in de gang te wachten tot het aan hen is.
En zo is het weer peins en vree in het land aan de voet van de trap. Elk drijven ze weg in hun eigen dromen. De één op zoektocht naar de mama van wit klein visje, de andere op stap met Takkie en co. En elke avond sluipt de voorleesfee nog even langs hun bedjes voor zich zich onder haar eigen warme deken laat glijden en soms vindt ze het jammer dat er geen voorleesfee is voor de voorleesfee zelf. Want voorgelezen worden, dat is toch iets bijzonders.
dinsdag 15 november 2011
MijnMakker
Hij is niet van mij. Ik - daarentegen - ben wel van hem. Al drie jaar lang.
En niet alleen mij heeft hij met zijn grote blauwe ogen in de ban. Ook mijn dochter is helemaal verslingerd aan de liefste driejarige krullenbol die er is.
Het grootste bewijs? De KleineMeid die nu al tien dagen al bij de ochtendstond aan het zingen is van 'angzalzeeven', veranderde haar tekst prompt toen ik vertelde dat niet zij maar MijnMakker vandaag de kroon mag opzetten.
De nieuwe soundtrack in de ochtend was gezet, zo hartstochtelijk dat het nog naklinkt in mijn oren. 'ang sjal enne even. ang sjal enne even. ang sjal enne even in de lorija. In de ooooo-riiiii-jaaa. Iiiiiiiiiin de oooooo-riiiii-JA!'
Lang zal je leven. MijnMakker. Met nog heel veel mooie jaren.
Hij is niet van mij. Ik - daarentegen - ben wel van hem. Al drie jaar lang.
En niet alleen mij heeft hij met zijn grote blauwe ogen in de ban. Ook mijn dochter is helemaal verslingerd aan de liefste driejarige krullenbol die er is.
Het grootste bewijs? De KleineMeid die nu al tien dagen al bij de ochtendstond aan het zingen is van 'angzalzeeven', veranderde haar tekst prompt toen ik vertelde dat niet zij maar MijnMakker vandaag de kroon mag opzetten.
De nieuwe soundtrack in de ochtend was gezet, zo hartstochtelijk dat het nog naklinkt in mijn oren. 'ang sjal enne even. ang sjal enne even. ang sjal enne even in de lorija. In de ooooo-riiiii-jaaa. Iiiiiiiiiin de oooooo-riiiii-JA!'
Lang zal je leven. MijnMakker. Met nog heel veel mooie jaren.
maandag 14 november 2011
Suiker
Ik bestelde een koffie in het mooiste sprookjespark van Nederland terwijl ik keek hoe KleineMeid rondjes draaide op één van de pleintjes en luidkeels zong van 'Ej was eens een pjookjeboom'. Samen met de koffie kreeg ik wat melk en een suikerzakje in mijn hand. En bij het zien van dat suikerzakje verstomde het pjookjeboomgezang ietwat in mijn oren.
Kijk het zit zo. Op een dag besliste mijn mama dat ze iets wou verzamelen. Want zowel GroteKleineBroer, mijn vader en ik hielden er een soortement van verzameldrang op na en ze wou niet achterblijven. Later die dag besliste dat ze suikerklontjes zou verzamelen.
Ze heeft het lang uitgehouden. Lang nadat mijn pinverzameling stof lag te happen en mijn broers matchboxcollectie onvindbaar bleek in één van de vele zolderkasten verzamelde mijn mama nog steeds suikerklontjes.
Al die jaren, koffie na koffie kon je er zeker van zijn dat het risico bestond dat je deze suikerloos mocht drinken. Heel zeker als het een klontje was dat ze nog niet in haar verzameling had. Een twijfelgeval als ze het klontje in kwestie wel al had, maar graag nog een dubbele wou. Mede-koffiedrinkers zuchtten soms opgelucht als het suikertje kwam in een banaal wit papiertje. Of helemaal als de suiker gewoon op tafel stond. In één of ander strooiflesje.
En zo stond ik vorige week in het mooie sprookjespark. Met één van de mooiste suikerzakjes in mijn handen die ik de laatste jaren gezien had. En ik weet dat - had ze naast me gestaan - ik de opdracht zou gekregen hebben om de serveuse even af te leiden zodat ze een stuk of vijf suikertjes kon meegrissen. Of misschien zou ze het gewoon op de vrouw af gevraagd hebben.
's Avonds plakte ik het lege suikerzakje in mijn notaboek. Want ik spaar geen suikerzakjes of suikerklontjes. Maar ik weet dat, moest ze er nog zijn, ik er zeker een stuk of vijf weggegrist had of misschien netjes gevraagd had, om later aan haar te geven.
Ik bestelde een koffie in het mooiste sprookjespark van Nederland terwijl ik keek hoe KleineMeid rondjes draaide op één van de pleintjes en luidkeels zong van 'Ej was eens een pjookjeboom'. Samen met de koffie kreeg ik wat melk en een suikerzakje in mijn hand. En bij het zien van dat suikerzakje verstomde het pjookjeboomgezang ietwat in mijn oren.
Kijk het zit zo. Op een dag besliste mijn mama dat ze iets wou verzamelen. Want zowel GroteKleineBroer, mijn vader en ik hielden er een soortement van verzameldrang op na en ze wou niet achterblijven. Later die dag besliste dat ze suikerklontjes zou verzamelen.
Ze heeft het lang uitgehouden. Lang nadat mijn pinverzameling stof lag te happen en mijn broers matchboxcollectie onvindbaar bleek in één van de vele zolderkasten verzamelde mijn mama nog steeds suikerklontjes.
Al die jaren, koffie na koffie kon je er zeker van zijn dat het risico bestond dat je deze suikerloos mocht drinken. Heel zeker als het een klontje was dat ze nog niet in haar verzameling had. Een twijfelgeval als ze het klontje in kwestie wel al had, maar graag nog een dubbele wou. Mede-koffiedrinkers zuchtten soms opgelucht als het suikertje kwam in een banaal wit papiertje. Of helemaal als de suiker gewoon op tafel stond. In één of ander strooiflesje.
En zo stond ik vorige week in het mooie sprookjespark. Met één van de mooiste suikerzakjes in mijn handen die ik de laatste jaren gezien had. En ik weet dat - had ze naast me gestaan - ik de opdracht zou gekregen hebben om de serveuse even af te leiden zodat ze een stuk of vijf suikertjes kon meegrissen. Of misschien zou ze het gewoon op de vrouw af gevraagd hebben.
's Avonds plakte ik het lege suikerzakje in mijn notaboek. Want ik spaar geen suikerzakjes of suikerklontjes. Maar ik weet dat, moest ze er nog zijn, ik er zeker een stuk of vijf weggegrist had of misschien netjes gevraagd had, om later aan haar te geven.
Abonneren op:
Posts (Atom)