vrijdag 1 februari 2013

Missen

Hoe zeer ik ook mijn best doe.
Vandaag zal nooit zomaar een dag zijn.
Dat is het al veertien jaar niet en dat zal het de rest van mijn leven zijn.
Vandaag is de dag dat we haar verloren,
altijd een jaar langer geleden.
altijd nog even scherp voor de geest.
Vandaag kraakt mijn hart een beetje duidelijker dan op andere dagen.

donderdag 31 januari 2013

Gedichtendag 2013

Goede tradities hou je in ere, altijd

Hoe meer zielen

Ik heb een ziel die precies in mij past-
ik doe alles met mijn ziel
klop op mijn ziel en stof hem af
schaaf aan mijn ziel en blaas de krullen weg
boor gaten in mijn ziel en vul ze weer op met nuchtere gedachten.

Ik wou dat ik meer zielen had
en van een andere soort oneffen zielen
kromme zielen zielen als spartelende zilvervisjes
als meisjes in een winterjas
zwarte zielen.

Maar mijn ene ziel-
een tamelijk vierkante effen en solide ziel-
vult reeds alle beschikbare ruimte
en krimpt geen milimeter
zolang ik leef.

Toon Tellegen,
Uit: Wie A zegt:
gedichten, Querido Amsterdam 2002

dinsdag 29 januari 2013

*zwaai zwaai*

Kijk, dat deed deugd.
Gewuif met vlaggetjes, een vriendelijk knikje en vrolijk gezwaai allemaal hier in de comments.
Merci, daarvoor.
*wuift vrolijk terug*

dinsdag 22 januari 2013

Wat zijn jullie stil met zijn allen

In de statistieken zie ik jullie wel voorbij stappen. Niet in grote drommen, daarvoor is het hier te klein, maar met de regelmaat van de klok sukkelt er een bezoeker over de drempel.
Af en toe blijven jullie zelfs eens hangen en gaan jullie in de kasten graven. Dan merk ik opeens dat er iemand een stukje over MijnMakker opviste, dat er nog maar eens gezocht werd naar 'een zucht is onzichtbaar' of dat mijn boekenkast bekeken werd.
Maar, wat zijn jullie stil met zijn allen. Alsof jullie op jullie tenen rondlopen en dan stilletjes de deur weer dichttrekken.
Dat hoeft niet.
Zwaai even!
Roep gerust eens dag!
Het is wat te stil hier aan mijn kant van het scherm.

maandag 21 januari 2013

"Ik denk dat we nog geen wintersportvakantie moeten boeken"

Ingepakt van kleine teen tot wenkbrauwen pootten we onze kroost neer op de slee. Terwijl de sneeuw nog neerdwarrelde trokken we een spoor van ons huis tot aan de molens waar de helft van de stad joelend afdalingen maakte op slee en andere winterattributen.
De oudste nam het sleetouw over en holde de helling op, terwijl de jongste wat vertwijfeld keek naar de veelkleurige, glijdende massa. Na de eerste afdaling was ze in tranen, na de tweede volgde ook het snot en snikken.
'Vind je het niet leuk?'
*hevig snikkend * 'Ja-wheeeel!'
'Waarom huil je dan?'
'Die sneeuw doet koud aan mijn wangen. Ik wil naar huis.'
Ze had haar armen over elkaar geslagen, ware ze niet te warm en te dik ingepakt in truien, jassen en sjaals. Er is geen lievemoederen aan een vierjarige met wintertenen en angst voor sneeuwvlokjes, dus hees ik de anti-sneeuwactivist op mijn rug en ploeterde door de sneeuw terug naar huis.
Een uur later viel Lief met KleineVent het huis binnen. De grootste met rode wangen van het sleetrekken, de kleinste met blauwe lippen en twinkelende ogen.
KleineMeid was net in slaap gesukkeld, aan me vast geklemd, snikkend over koude wangen, vingers en tenen.
"Ik denk dat we nog geen wintersportvakantie moeten boeken", mompelde ik.