dinsdag 13 december 2011

Gemis

'Mama, wie is dat?', vraagt KleineVent met een oud fotoboek op zijn schoot.
Hij wijst naar mijn twee jarige ik die twee kaarsjes uitblaast.
'Dat ben ik'
KleineVent krult zijn neus. 'Zat ik toen al in jouw buik?'
'Neen, toen nog niet.'
Hij zwijgt en tuurt verder. 'En dat? Wie is dat?' Hij wijst mijn mama aan, die mee twee kaarsjes uitblaast.
'Dat is oma in de wolken.'
KleineVent drukt zijn neus op haar gezicht. Ik kijk, afwachtend wat hij zal zeggen, mijn hart onverklaarbaar hoog in mijn keel. Maar KleineVent bladert al weer door naar de volgende pagina waar mijn driejarige ik gierend van het lachen een acht maanden oude GroteKleineBroer in mijn oude poppenwagen vervoer. 'Kijk, dat is Ilke's poppenwagen!' Vier seconden later ligt het boek op het bed en rennen een grote en kleine kleuter rond met de bewuste poppenwagen.
Ik pak het boek op en net voor ik het wil sluiten vang haar blik. Ze houdt de handjes van mijn éénjarige ik vast. Ik grijns naar de camera. Zij kijkt alleen maar naar mij. En op de één of andere manier hoor ik dit erbij:

maandag 12 december 2011

Stil

Het is niet al stof, gruis en kinderen in mijn leven, zoals hieronder wel zou durven blijken. Het is een groot deel. Zo groot dat - tegen dat de kroost in bed en het stof en gruis weggedweild en opgepoetst zijn - ik me 's avonds eigenlijk alleen maar op ons zetel/bed wil laten vallen en slapen. Een beetje tijdsverspilling van die twee uur per dag dat ik mijn eigen gedacht kan doen.
En toen dacht ik terug aan dit. (Voor het geval u het zich afvraagt. Ja, ik heb die bewuste alinea ingelijst, in het klein in één van mijn notaboeken).
Ik doopte KleineVent's slaapkamer/nu tijdelijk keuken om tot mijn werkplek. Ik eiste Lief's Ipod op en installeerde mijn playlists erop. En ik laat me leiden door de muziek. Norah Jones is de ideale kompaan om te schrijven aan dat wat ooit iets moet worden. Ozark Henry neuriet op de achtergrond terwijl ik stoei met papier, naald en draad. Adele is mijn vriendin wanneer ik mijn plannetje bezig ben en zo zijn de avonden weer een heel klein beetje van mezelf.

donderdag 8 december 2011

Halfvol

Een godsgeschenk waren ze, KleineVent en KleineMeid, het moment nadat de drie groepen bouwvakkers onze benedenverdieping voor die dag lieten voor wat ie was. En dat was niet meer dan een holle ruimte met veel uitstekende kabels, uitgekapte goten en nog nawiebelende buizen. In een hoek nog wat puin dat niet meer in de container paste. En dat overgoten met een gigantische hoeveelheid wit stof.
Net op het moment dat mijn energie en het-komt-wel-goed-gevoel achter de bouwvakkers aan wou hollen was er dat lichtje dat ik bijna zag branden (stof, weetje wel) boven KleineVent en KleineMeid's hoofden.
KleineVent trok baantjes in het stof, stapelde wat planken links en rechts en stuurde samen met KleineMeid de autootjes door hun geïmproviseerde autoparcours. Hun 'scheelt er iets?-blik herinnerde me aan mijn 'de wasmachine is gewillig'-mantra en ik liet hen. Net zoals ik hun in bad liet. Voor één keer werkte het storm op zee-spel in de badkuip in mijn voordeel.
Het laten zal de komende dagen misschien niet zo'n slecht idee zijn.

dinsdag 6 december 2011

Klein plannetje



maandag 5 december 2011

Nieuw

Samen met de verhuisdozen vol spullen, verdwenen ook onze rituelen in de kelder. En misschien mis ik deze nog het meeste van al. We draaien wat onhandig om elkaar heen. KleineVent stond wat onwennig te trappelen in zijn pyjama. Waar mag ik mijn kleren aandoen? Want mijn kamer is nu de keuken en ik kan mijn kleren toch niet aandoen in de keuken?
Gedaan met vroeg naar bed en toch nog lang lezen-avonden voor mij. Want onze zetel staat nu in een donkere opslagruimte, waardoor we ons nu elke avond na kinderbedtijd op ons bed nestelen.
Gedaan met de twee dekenforten en de twee boekenkasten. Gedaan met de boekenkast tussen deur en kast. Gedaan met de uren tegen de trapleuning. Toch voor even.