woensdag 16 februari 2011

Spiegel

Soms kijk ik naar mijn kinderen, maar zie mezelf. Als KleineVent voor de televisie zit en roept 'Ik ben Bliksem', net zoals ik vroeger ruziede met mijn neven over wie 'MiepMiep' mocht zijn als 'Roadrunner' speelde. Of hoe KleineVent duikboot speelt in een bad dat daar eigenlijk echt wel te klein voor is, hoe graag de grenzeloze fantasie van een kleuter het ook anders zou willen zien. Dan zie ik mezelf over de badrand gluren naar mijn moeder die met soppende sokken op het soppende badkamertapijt stond.
Of zoals KleineMeid zich gisterenavond vastklemde aan haar prentenboek. Geen knuffel was goed genoeg. Alleen wat Guido Van Genechten uit zijn tekengerei toverde.
Mijn slapende peuter, met een kartonnen prentenboek in haar armen geklemd. Het onmiskenbare bewijs dat ook zij enkele prioriteiten meekreeg via de navelstreng.


Zo, tot snel? Tot later? Ik weet het niet. Ik weet wel dat ik kriebelende schrijfvingers niet wil negeren.

maandag 31 januari 2011

Op

De spons is uitgewrongen, toch op dit moment. Want hoe ik ook knijp en duw, veel zinnige letters krijg ik hier niet meer op een rij. Het is op, voor nu. Dus duw ik hier even op stop.
Ik kom wel terug, samen met de lente ergens, maar tot dan wil ik enkel en alleen het leven opslorpen.

donderdag 27 januari 2011

Gedichtendag 2011

De wereld is wonderlijk leeg zonder jou.
Er staat maar zo weinig meer in.
De hemel is aldoor zo hinderlijk blauw.
Waarom? Wat heeft het voor zin?
De merel zit zachtjes te zingen in ‘t groen.
Voor mij hoeft ie heus zo z’n best niet te doen.
De wereld kon vol van geluk zijn, maar nou:
leeg, zonder jou.

Dat zonder jou nog een lente bestaat
met ooievaars en met bloemen,
dat er een meidoorn in bruidstooi staat,
is zonder meer tactloos te noemen.
En wat is het nut van een lindenlaan,
als wij er samen niet langs kunnen gaan?
Langs alle heggetjes bloeit wilde roos
nutteloos, zinneloos.

De wereld is wonderlijk leeg zonder jou.
Er staat maar zo weinig meer in.
De hemel is aldoor zo hinderlijk blauw.
Waarom? Wat heeft het voor zin?
De merel zit zachtjes te zingen in ‘t groen.
Voor mij hoeft ie heus zo z’n best niet te doen.
De wereld kon vol van geluk zijn, maar nou:
leeg, zonder jou.

(Annie M.G. Schmidt)

vrijdag 21 januari 2011

Ik hartje mijn blog

Niets leuker dan in de archieven van mijn blog rondneuzen.

Het is een aangename soort van navelstaren. Of een ontmoeting met al de Kruimels die ik hier al was. De doodvermoeide, de razende, de verliefde, de verdrietige, de gelukkige. En dan lees ik van die keer dat ik een eilandbewoner mijn ingewanden dooreen schopte. Of die keer dat ik plots geen werk meer had. En die keer dat ik geen letter uit mijn vingers geperst kreeg.

Het is mijn online equivalent van rommelen in die doos vol souvenirs van vroeger. En een geruststelling ook. Het bewijs dat heel veel wel ooit weer goed komt: die tenen die zag ik terug. kinderen slapen ooit wel eens door. Dat verdriet nooit verdwijnt, maar wel zachter wordt. Dat boos worden deugd kan doen, maar dat ik nu al niet meer weet waarom ik toen zo woest was. Dat de gelukkige stukjes, mij nog steeds doen glimlachen.

Maar vooral... een feest van herkenning. Dat stukje van gisteren, bijvoorbeeld? Dat verscheen al eens in de hij-vorm ergens in januari 2007.

Want dat is het leukste. Al die keren, die zomaar nog een keer kunnen.

donderdag 20 januari 2011

6u30 - elke morgen opnieuw

Ze is één hoopje babygeur, dons en deken. Tijdens de nacht bijna overdwars gerold, met haar neus tegen de bedrand.
Haar anders wapperende handjes liggen nu stil. En opeens zie ik weer haar babyknuistjes. Bijna ineengekruld, maar net niet. Bijna open, maar net niet.
Ze is één pakketje kleine baby. Heel even lijkt ze weer splinternieuw.
Even zijn we in een andere wereld.
Het moment voor ik mijn wijsvinger zacht over haar wang laat glijden.
Het moment voor ze haar gezicht in allerlei grimassen vouwt en zich wiebelend van links naar rechts uitgebreid uitrekt.
Dan is ze weer KleineMeid, twee jaar en nog wat.