'Waar ligt...?'
Ik hoef mijn vraag zelfs niet af te maken. Z'n vinger wijst naar de hoek van kamer. Naar een hoop verfemmers, plastiek, wasmanden vol spullen op wasmanden vol spullen. Daarrond werd een knikkerbaan gebouwd en zwerven de restanten van een in-eigen-speelkeuken-bereid-menu rond.
'Daar. Alles ligt daar', mompelt hij. Op zijn wang zit een witte veeg verf, zijn zwarte haar is grijs van het stof en hij ruikt naar verf en vernis.
Voor de zoveelste keer in een jaar tijd leven we op een hoopje. Kasten zijn de grote afwezigen deze dagen. De zitbank staat in twee gespleten bovenop zichzelf gestapeld. Het tapijt ligt als een grote rol in de weg te liggen in de gang.
In mijn hoofd spant en duwt het. Dit kan ik niet goed. Leven tussen hopen, waar zelfs de zoektocht naar de tweede kleuterlaars kan uitdraaien op een ware saga. Ik heb de dingen graag daar waar ik weet dat ze zijn.
Ik til één hoekje plastiek op en laat het weer vallen. Vroegtijdig staak ik mijn zoektocht naar gsm-oplader, moe alles naar a naar b en terug te verhuizen. Ondertussen behangt en schildert het Lief haast zijn armen van zijn lijf.
En als je maar half kijkt, zien sommige hoekjes in huis er al een beetje af uit:
vrijdag 15 maart 2013
donderdag 7 maart 2013
Soms ben ik niet zo menslievend
In het stationt trakteerde ik mezelf op de nieuwe Flow en koffie. In mijn schoudertas zat alles wat een treinreis tot een aangename pauze kan maken. Een vertraging zorgt er echter voor dat de trein niet het verwachte vacuum brengt waar ik op hoopte. In plaats daarvan zit iedereen op elkaar geklasseerd, met ingetrokken armen en benen.
Recht voor me gaat een Hippe Dame zitten. Naast me een Hippe Man. Die elkaar blijken te kennen. Terwijl ik in mijn Flow probeer te duiken ben ik getuige van een aangenaam wederzien. Lang niet gezien? Hoe gaat het met je? Waar werk je nu? Al kindjes? Ja, hoeveel? Hoe heten ze? Ik leer alles bij over hun levens. Over haar verbouwing. Over zijn werk. Over haar geëngageerde en bewuste leven. Over zijn overtuigingen en doorzettingskracht.
Gedurende het lange traject Brugge - vertraging - Gent - nog wat vertraging - nog een beetje wachten op de sporen - Brussel Zuid - nog een beetje wachten, want blijkbaar vertraging - oef daar is eindelijk Brussel Centraal - ah, neen, we moeten nog een beetje wachten op de sporen, laten ze verbaal hun spierballen rollen. Hij was net in New York voor het werk. Of toch niet zo ver van New York, blijkt later. Zij knikt enthousiast. Jaja, New York daar gaat ze elk jaar heen met haar studenten. Een rijke ervaring, niet zo maar de toeristische route, maar echt in het leven daar duiken. Neen, daar kan niets tegenop. Hij gooit hun nieuwbouw erbovenop. Een passief huis, met alles erop en eraan. Zij vertelt over hun verbouwing. Alles zelf gedaan, zoveel mogelijk met recuperatiemateriaal. Haar oudste, hoogste score op de testen in het derde kleuter. Zijn oudste al vier jaar eerste van de klas.
Ik klap mijn Flow dicht en kijk naar buiten. Mijn hoofd staat op springen en ik onderdruk de neiging om eens heel hard: "Lieve schatten, jullie zijn allebei mooi, knap en geweldig. Maar kunnen we dan nu even stil zijn?" te roepen.
Recht voor me gaat een Hippe Dame zitten. Naast me een Hippe Man. Die elkaar blijken te kennen. Terwijl ik in mijn Flow probeer te duiken ben ik getuige van een aangenaam wederzien. Lang niet gezien? Hoe gaat het met je? Waar werk je nu? Al kindjes? Ja, hoeveel? Hoe heten ze? Ik leer alles bij over hun levens. Over haar verbouwing. Over zijn werk. Over haar geëngageerde en bewuste leven. Over zijn overtuigingen en doorzettingskracht.
Gedurende het lange traject Brugge - vertraging - Gent - nog wat vertraging - nog een beetje wachten op de sporen - Brussel Zuid - nog een beetje wachten, want blijkbaar vertraging - oef daar is eindelijk Brussel Centraal - ah, neen, we moeten nog een beetje wachten op de sporen, laten ze verbaal hun spierballen rollen. Hij was net in New York voor het werk. Of toch niet zo ver van New York, blijkt later. Zij knikt enthousiast. Jaja, New York daar gaat ze elk jaar heen met haar studenten. Een rijke ervaring, niet zo maar de toeristische route, maar echt in het leven daar duiken. Neen, daar kan niets tegenop. Hij gooit hun nieuwbouw erbovenop. Een passief huis, met alles erop en eraan. Zij vertelt over hun verbouwing. Alles zelf gedaan, zoveel mogelijk met recuperatiemateriaal. Haar oudste, hoogste score op de testen in het derde kleuter. Zijn oudste al vier jaar eerste van de klas.
Ik klap mijn Flow dicht en kijk naar buiten. Mijn hoofd staat op springen en ik onderdruk de neiging om eens heel hard: "Lieve schatten, jullie zijn allebei mooi, knap en geweldig. Maar kunnen we dan nu even stil zijn?" te roepen.
dinsdag 5 maart 2013
Herten en schapen
Veel van wat geschreven werd de laatste week verwees ik onmiddellijk door naar de krochten van mijn Moleskine. Nog maar eens kasten versleuren van a naar b (schilderen!) . De volumeknop van KleineVent die ergens is blijven steken op de hoogste stand. Een avond die duurde tot 5 u de volgende morgen (lang geleden dat). De filter staat blijkbaar een beetje scherper dan anders. Maar omdat het anders zo stil blijft, serveer ik jullie deze. Een beetje geïnspireerd door Kerygma haar 'little things'.
Hij sjeest aan een rotvaart voor me uit. Ik slik me te pletter aan pas op's en voorzichtig's en schakel een versnelling hoger om het rood-zwarte stipje voor me bij te benen. Op het fietsstoeltje klampt de jongste de broodzak vol oud brood stevig vast.
In een poging om kleine handen en lijven weg te houden van vers geschilderde muren stampte ik mezelf met kroost het huis uit en de fiets op. De combinatie hertjes en brood leek de twee jongste van het gezelschap voldoende boeiend om de laatste vrieskou te trotseren.
Boterham na boterham wordt door het hek geduwd in de mond van wachtende bambi's. Tot de buiken van de laatsten vol zijn, maar de zak vol oud brood nog lang niet.
'We gaan naar de schapen', gilt KleineVent. Terwijl ik me probeer te herinneren waar de schapen opnieuw verstopt zijn in dit domein zie ik KleineVent en KleineMeid om de hoek verdwijnen.
De oudste op de fiets, rechtopstaand op de trappers. De jongste een fel allergaartje van roze, rood en paars holt er joelend achteraan. Ik laat mijn fiets voor wat ze is en zet zelf een sprintje in. Om de hoek zie ik ze helemaal op het einde van het wegeltje in de broodzak grabbelen. Vier schapen staan verwachtingsvol te blaten aan het hek.
Hij sjeest aan een rotvaart voor me uit. Ik slik me te pletter aan pas op's en voorzichtig's en schakel een versnelling hoger om het rood-zwarte stipje voor me bij te benen. Op het fietsstoeltje klampt de jongste de broodzak vol oud brood stevig vast.
In een poging om kleine handen en lijven weg te houden van vers geschilderde muren stampte ik mezelf met kroost het huis uit en de fiets op. De combinatie hertjes en brood leek de twee jongste van het gezelschap voldoende boeiend om de laatste vrieskou te trotseren.
Boterham na boterham wordt door het hek geduwd in de mond van wachtende bambi's. Tot de buiken van de laatsten vol zijn, maar de zak vol oud brood nog lang niet.
'We gaan naar de schapen', gilt KleineVent. Terwijl ik me probeer te herinneren waar de schapen opnieuw verstopt zijn in dit domein zie ik KleineVent en KleineMeid om de hoek verdwijnen.
De oudste op de fiets, rechtopstaand op de trappers. De jongste een fel allergaartje van roze, rood en paars holt er joelend achteraan. Ik laat mijn fiets voor wat ze is en zet zelf een sprintje in. Om de hoek zie ik ze helemaal op het einde van het wegeltje in de broodzak grabbelen. Vier schapen staan verwachtingsvol te blaten aan het hek.
vrijdag 22 februari 2013
Ochtenden
Van maandag tot vrijdag wordt ik bekeken als een verrader. Als ik een 'doe eens voort' en 'is die boterham nu nog niet op' teveel naar hun hoofd slinger. Wanneer ik ongeduldig aan de deur van de badkamer sta te stampen dat er tanden gepoetst moeten worden, maar dat ze daarvoor wel even hun hele lijfje richting lavabo moeten begeven. Wanneer ik - soms lichtelijk briesend - een jas in hun richting gooi en iets snauw over 'schoenen of anders maar op blote voeten'.
Dan kijken ze me verwijtend aan, laten minzaam hun speelgoed voor wat het is en wurmen zich tergend traag in die jas.
Gelukkig volgen er na vijf dagen aansporen altijd twee dagen weekend. De zaterdag en zondag zijn we weer zes handen op één buik. Dan lummelen tot ver in de voormiddag in onze pyjama aan de ontbijttafel. Kan een kom muesli rustig in drie, vier of vijf etappes leeggelepeld worden onderbroken door de avonturen in het playmobile-kasteel of afgewisseld met een tasje speelkoffie dat dringend gezet moet worden. In het weekend schrikken we ons een hoedje als de bel gaat om 10.30 en doen we gelaten de deur open. Drie paar benen nog steeds in pyjamabroeken gestoken en een bedeesde glimlach.
Alleen dat Lief dat vijf minuten na het verlaten van het dekenfort al volledig rondhotst in kleren en mompelt over vaatwas, wasmachine en de vele boodschappen die nog op de planning staan, valt soms wat uit onze ochtend-toon. In het weekend kies ik ongeneerd kant van mijn trage ochtend-kinderen. En neem ik zijn 'je bent een verrader-blik' er gelaten bij.
Dan kijken ze me verwijtend aan, laten minzaam hun speelgoed voor wat het is en wurmen zich tergend traag in die jas.
Gelukkig volgen er na vijf dagen aansporen altijd twee dagen weekend. De zaterdag en zondag zijn we weer zes handen op één buik. Dan lummelen tot ver in de voormiddag in onze pyjama aan de ontbijttafel. Kan een kom muesli rustig in drie, vier of vijf etappes leeggelepeld worden onderbroken door de avonturen in het playmobile-kasteel of afgewisseld met een tasje speelkoffie dat dringend gezet moet worden. In het weekend schrikken we ons een hoedje als de bel gaat om 10.30 en doen we gelaten de deur open. Drie paar benen nog steeds in pyjamabroeken gestoken en een bedeesde glimlach.
Alleen dat Lief dat vijf minuten na het verlaten van het dekenfort al volledig rondhotst in kleren en mompelt over vaatwas, wasmachine en de vele boodschappen die nog op de planning staan, valt soms wat uit onze ochtend-toon. In het weekend kies ik ongeneerd kant van mijn trage ochtend-kinderen. En neem ik zijn 'je bent een verrader-blik' er gelaten bij.
maandag 18 februari 2013
tuin
'Of ze in de tuin mochten spelen.'
Ik wist niet wat ik hoorde. In de zomer is mijn kroost niet uit die streep groen achter ons huis te slaan. In de winter voelen ze er net zoveel voor als ik. Totaal niets. Want sinds de tuin een bouwput werd, is er weinig ondernomen om het proces om te keren. In de zomer blijkt dat nog wel fun. Stenen opgraven en kunnen uitvreten wat je wilt want geen moeder die gaat brullen. In de winter is het gewoon een troostloos zootje.
Er staat wat gras, als je goed kijkt. En ook wat planten, al is daar in dit jaargetijde weinig van te merken en vraag ik me ook ten zeerste af welke van de planten we in de lente opnieuw mogen begroeten en welke we ten grave zullen moeten dragen. Er is vooral veel modder, slijk en prut.
De aversie werd zo groot dat het in donkere wintertijden, in het heetst van de strijd, soms zelfs een argument werd: 'of wil je liever een beetje gaan buitenspelen.' In geval van speelgoed niet opruimen, record broer/zuszitten of haartrekken verbeteren, om maar iets te noemen. Dat wilden ze niet. En zo raakte speelgoed toch opgeruimd of werd de broer/zus voor een kussen ingeruild.
Maar goed, ze wilden dus buitenspelen. Uitgedost met laarzen en speeljassen werden ze losgelaten in de modderpoel achter ons huis. En ik telde in mijn hoofd tot tien, er vast van overtuigd dat er in die tijdsspanne twee gezichtjes aan het raam zouden verschijnen.
Ik telde tot tien. Toen tot twintig. Toen tot honderd. Daarna ging ik koffiezetten en las mijn boek. Vier hoofdstukken later ben ik even gaan kijken of ze nog niet vastgezogen zaten in de modder. Dat zou de stilte verklaren. Bleek dat moddersoep en takjesgebak dat ook verklaren.
Ik dronk nog een tas koffie, las mijn boek uit en hoorde kort daarna een kindervuist op het raam roffelen.
Ik heb mijn ogen dichtgeknepen en ze linea recta in de badkuip geplonsd.
Gelukkig voor hen wisten ze zich in de tussentijd nog uit hun modderkleren te wurmen.
Ik wist niet wat ik hoorde. In de zomer is mijn kroost niet uit die streep groen achter ons huis te slaan. In de winter voelen ze er net zoveel voor als ik. Totaal niets. Want sinds de tuin een bouwput werd, is er weinig ondernomen om het proces om te keren. In de zomer blijkt dat nog wel fun. Stenen opgraven en kunnen uitvreten wat je wilt want geen moeder die gaat brullen. In de winter is het gewoon een troostloos zootje.
Er staat wat gras, als je goed kijkt. En ook wat planten, al is daar in dit jaargetijde weinig van te merken en vraag ik me ook ten zeerste af welke van de planten we in de lente opnieuw mogen begroeten en welke we ten grave zullen moeten dragen. Er is vooral veel modder, slijk en prut.
De aversie werd zo groot dat het in donkere wintertijden, in het heetst van de strijd, soms zelfs een argument werd: 'of wil je liever een beetje gaan buitenspelen.' In geval van speelgoed niet opruimen, record broer/zuszitten of haartrekken verbeteren, om maar iets te noemen. Dat wilden ze niet. En zo raakte speelgoed toch opgeruimd of werd de broer/zus voor een kussen ingeruild.
Maar goed, ze wilden dus buitenspelen. Uitgedost met laarzen en speeljassen werden ze losgelaten in de modderpoel achter ons huis. En ik telde in mijn hoofd tot tien, er vast van overtuigd dat er in die tijdsspanne twee gezichtjes aan het raam zouden verschijnen.
Ik telde tot tien. Toen tot twintig. Toen tot honderd. Daarna ging ik koffiezetten en las mijn boek. Vier hoofdstukken later ben ik even gaan kijken of ze nog niet vastgezogen zaten in de modder. Dat zou de stilte verklaren. Bleek dat moddersoep en takjesgebak dat ook verklaren.
Ik dronk nog een tas koffie, las mijn boek uit en hoorde kort daarna een kindervuist op het raam roffelen.
Ik heb mijn ogen dichtgeknepen en ze linea recta in de badkuip geplonsd.
Gelukkig voor hen wisten ze zich in de tussentijd nog uit hun modderkleren te wurmen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
