Soms vergeet ik dat er ooit een tijd was dat ik niet van boeken hield. In de tijd dat ik 'Jan-Pet-Pop-Vis' kreeg voorgeschoteld met de bijbehorende boekjes wist ik wel wat beter te doen met mijn tijd dan letters tot woorden kneden en die met een monotoon stemmetje opdreunen.
Soms vergeet ik dat ik niet met een boek in mijn handen geboren ben.
Dat lezen één iets is dat je moet leren, maar dat je houden van lezen ook moet leren.
Om het kort te stellen.
Het geschreven woord boeit KleineVent maar matig. Toch zeker als er geen voorlezer aan de pas komt. Zo matig dat de juf ons waarschuwde voor twee maanden vakantie zonder oefenen. Maar ik had het moeten weten. Geen sticker, stempel of wapperende wimpel is opgewassen tegen het koppige hoofd van mijn zoon. Het kwartiertje lezen werd vaak tot in het laatste staartje van de dag geduwd. En toen de zoon een beetje groen begon te kijken op het moment dat er nog maar gewezen werd op een boek, lieten we de leeskalender voor wat het was. Dan maar even op AVI-niet voldoende.
Tot ik in de boekhandel een boek zal liggen dat me echt iets voor een zevenjarige jongen leek. Verpakt in papier en strik legde ik het op zijn kussen.
Later die dag was KleineVent plots spoorloos. Een half uur later trof ik hem aan in het kussenfort achter zijn bed met zijn neus tussen de pagina's en zijn vingers op de letters.
'Mama, dit is echt een cool boek.'
Mijn hart maakte een klein vreugdedansje.
Klein maar hoopvol.
vrijdag 30 augustus 2013
dinsdag 27 augustus 2013
Met de vingertoppen
Met mijn vingertoppen klem ik me nog vast aan het laatste restje zomer. De zomer die eigenlijk geen zomer meer is. Want er is alweer een wekker en die staat als vanouds opnieuw op ontiegelijk vroeg. Er moeten weer brooddozen gevuld en immer aanvullende to-do-lijsten worden afgewerkt.
'Het gewone leven', noemt Lief het. 'Dweilen met de kraan open', weerleg ik.
Er zijn plannen die in het water vallen. Door regenbuien, zieke kinderen, werkagenda's.
'Het gewone leven', mompelt Lief. 'Niet eerlijk', bries ik.
Ik heb heimwee naar die drie weken vol tijd, zon en mogelijkheden. Ik rek en strek me om ze dicht bij me te houden, maar de tijd raast door en neemt mij met zich mee.
Ik wil graag loslaten en zuchten: 'Hèhè, bijna voorbij. Blij dat het schooljaar weer begint.' Maar het lukt me niet. Ik klem me vast met kramp in mijn vingertoppen.
Misschien als de kleuren veranderen...
'Het gewone leven', noemt Lief het. 'Dweilen met de kraan open', weerleg ik.
Er zijn plannen die in het water vallen. Door regenbuien, zieke kinderen, werkagenda's.
'Het gewone leven', mompelt Lief. 'Niet eerlijk', bries ik.
Ik heb heimwee naar die drie weken vol tijd, zon en mogelijkheden. Ik rek en strek me om ze dicht bij me te houden, maar de tijd raast door en neemt mij met zich mee.
Ik wil graag loslaten en zuchten: 'Hèhè, bijna voorbij. Blij dat het schooljaar weer begint.' Maar het lukt me niet. Ik klem me vast met kramp in mijn vingertoppen.
Misschien als de kleuren veranderen...
dinsdag 13 augustus 2013
Overal schoonheid, maar niet hier
Drie weken lang was er overal schoonheid. Wakker worden in de tent en het lichtspel van de eerste zonnestralen zien spelen op het doek van de binnentent. De krekels die (soms) oorverdovend luid zaten te zingen in de bomen. Gewoon de auto nemen langs de wijngaarden, hectares vol olijfbomen. Kilometers en kilometers niet meer dan groen en rotsen.
Dagelijks barste mijn hart telkens opnieuw een beetje van al het moois. Ik liet mijn boek soms aan de kant liggen. Gewoon om te kijken naar mijn kinderen die stenen zochten en over keien sprongen. Die een sprinkhaan ontdekt hadden en die achtervolgden over de hele camping. Het vakantieleven was schoon. Het rondkijken was schoon
En nu zit ik weer achter mijn scherm. Met een grote to-do-stapel links van me. Met een dezelfde witte muur voor me en een hart dat wat slapjes tegen de leuning hangt. Stiekem scroll ik af en toe door de momenten die ik Instagram-gewijs wel wist te vangen. En mijn hart barst weer een beetje. Van heimwee deze keer. Het was schoon...
Dagelijks barste mijn hart telkens opnieuw een beetje van al het moois. Ik liet mijn boek soms aan de kant liggen. Gewoon om te kijken naar mijn kinderen die stenen zochten en over keien sprongen. Die een sprinkhaan ontdekt hadden en die achtervolgden over de hele camping. Het vakantieleven was schoon. Het rondkijken was schoon
En nu zit ik weer achter mijn scherm. Met een grote to-do-stapel links van me. Met een dezelfde witte muur voor me en een hart dat wat slapjes tegen de leuning hangt. Stiekem scroll ik af en toe door de momenten die ik Instagram-gewijs wel wist te vangen. En mijn hart barst weer een beetje. Van heimwee deze keer. Het was schoon...
woensdag 7 augustus 2013
Zomaar een vakantieherinnering
De laatste avond van de laatste dag trok ik voor de laatste keer naar de oever van de rivier. In de achterhoede van KleineVent die moeiteloos laverend op de rotsblokken afdaalde tot waar de rivier ingedamd werd tot kleine vijvertjes. Daar waren de visjes en waar de visjes waren moest hij ook zijn.
Vissen deed ie met een drinkbeker en ons teiltje dat eigenlijk bestemd was voor de afwas. In zwemshort en waterschoenen, zijn uniform van de laatste dagen. Ik nestelde me op een dammetje en liet hem klimmen. Ik was overbodig. Enkel nodig voor het geval de visser een duik nam die dieper was dan gepland, overbodig dus.
Ik riep af en toe wat. Zo van 'voorzichtig' en 'let op' en misschien ook 'niet te diep'. Hij nam aan dat het voor de vorm was en luisterde er met geen enkel oor naar.
Na een tijdje liet ik het roepen vallen en keek ik gewoon. Hoe hij van rotsblok naar rotsblok sprong. Hoe hij zonder enige moeite kleine wriemelvissen wist te vangen met die drinkbeker. Hoe er een gouden glans op zijn rug geworpen werd door de ondergaande zon.
In het bijna donker werden de gevangen vissen opnieuw te water gelaten. Elk vergezeld van een 'da-haag'. Ik mompelde ook 'dag' maar niet voor de vissen. Wel voor de laatste avond van de laatste dag.
Vissen deed ie met een drinkbeker en ons teiltje dat eigenlijk bestemd was voor de afwas. In zwemshort en waterschoenen, zijn uniform van de laatste dagen. Ik nestelde me op een dammetje en liet hem klimmen. Ik was overbodig. Enkel nodig voor het geval de visser een duik nam die dieper was dan gepland, overbodig dus.
Ik riep af en toe wat. Zo van 'voorzichtig' en 'let op' en misschien ook 'niet te diep'. Hij nam aan dat het voor de vorm was en luisterde er met geen enkel oor naar.
Na een tijdje liet ik het roepen vallen en keek ik gewoon. Hoe hij van rotsblok naar rotsblok sprong. Hoe hij zonder enige moeite kleine wriemelvissen wist te vangen met die drinkbeker. Hoe er een gouden glans op zijn rug geworpen werd door de ondergaande zon.
In het bijna donker werden de gevangen vissen opnieuw te water gelaten. Elk vergezeld van een 'da-haag'. Ik mompelde ook 'dag' maar niet voor de vissen. Wel voor de laatste avond van de laatste dag.
maandag 5 augustus 2013
Weg is hij
Er lag een zenuwachtige glans in zijn ogen, maar zijn mond sprak boekdelen. Een grijns van oor tot oor, met alle tanden bloot.
Gaan we nu? Gaan we nu? Gaan we nu?
De hele morgen draaide hij rond en nergens vond hij zijn plek. Alsof hij al weg was.
Aan het station klemde hij zijn hand stevig in die van zijn lievelingsleider.
Groepsfoto, nog een zoen, nog een knuffel. Jaja... gaan we nu?
De groep verdween als een rode vlek door de stationsdeuren. Door het glas zag ik hem nog eens omdraaien. Eén en al grijns.
Gaan we nu? Gaan we nu? Gaan we nu?
De hele morgen draaide hij rond en nergens vond hij zijn plek. Alsof hij al weg was.
Aan het station klemde hij zijn hand stevig in die van zijn lievelingsleider.
Groepsfoto, nog een zoen, nog een knuffel. Jaja... gaan we nu?
De groep verdween als een rode vlek door de stationsdeuren. Door het glas zag ik hem nog eens omdraaien. Eén en al grijns.
Abonneren op:
Posts (Atom)
