Happy wakker
"Nog één keer en ik timmer hiermee op je hoofd", dreigt mijn Lief met zijn wekkerradio.
Ik grijns,druk op repeat en draai opnieuw rondjes door de slaapkamer. En door al dat gehups verschijnen de twee mini-ussen in de deuropening.
KleineMeid, nooit om een danspasje verlegen, gooit haar billen in de strijd.
KleineVent, altijd in voor het wildere armgezwaai, poogt een stagedive-duik met zijn vader als enige publiek.
En nu ben ik benieuwd wanneer we terug binnen mogen in huis.
dinsdag 31 mei 2011
maandag 30 mei 2011
Brooddegen
Herinnert u zich deze nog?
Wel, we gingen dus brooddegen. (Jawel, dat bestaat ook als werkwoord. Neen, ik verzin niet zomaar maar iets.) Geheel volgens het recept - mijn in handen gestopt door een deskundige - mengde ik één kop bloem, één kop zout en één kop water door elkaar tot...
ik een slijmerige massa verkreeg. Twee kinderkopjes loerden mij van links en rechts aan terwijl ik vlijtig kneedde steeds herhalend 'bijna klaar, bijna klaar'. Al het kneden ten spijt bleef de drab, gewoon drab. Waar er draptaartjes mee te maken waren. Wat KleineMeid glunderend deed. Zo glunderend dat de draptaartjes mee verhuisden van de keukentafel naar de zetel zodat pop ook een taartje kon eten.
'Wat extra bloem dan maar', dacht ik op dat moment. Ik reikte naar de zak bloem, schudde en zag nog net een ijl zweempje de pot in dwarrelen. Links van me zat een KleineVentenkopje me nog steeds hoopvol aan te kijken, wat me tot het domste dat ik kon doen aanzette. Ik nam mijn sleutels holde door de gang, de straat op en belde bij de buren aan. Die er niet waren. Holde naar de andere buren. Die wel bloem hadden, maar in de kelder. Heb je even? En o ja, hoe staat het met de verbouwingen? Ah nog niet begonnen. Juist, wat wou je ook al weer? Bloem. Wacht ik ga het even halen.
Eenmaal met bloem terug binnen zag ik dat KleineVent het kneden in eigen handen had genomen. En ook dat hij die drab niet zo leuk vond als zijn zus en dus zijn handen wilde afdrogen, wat ook niet bijster lukte gezien het brooddeeg-spoor van keuken naar badkamer naar woonkamer.
Maar hei! We gingen knutselen dus we gaan knutselen.
Ik schoof het eerste mengsel aan de kant en begon dapper opnieuw. Met een beetje minder water en kijk... je kon er zowaar sliertjes mee draaien. KleineVent en KleineMeid waren weer geïnteresseerd en klommen op hun stoel. Ze draaiden sliertjes, prikten koekjes uit en legden alles op de bakplaat. Of wacht... KleineVent legde van alles op de bakplaat. Ik draaide me naar KleineMeid die me met bolle wangen aankeek. En dat moment uitkoos voor een welgemikte
'Bleh'. Wupsakee daar belandde een goed uitgekauwd bolletje zoutdeeg op de grond. Waar KleineVent prompt insprong om een nieuw vormpje te gaan halen dat hij laten liggen had aan de andere kant van de kamer.
En toen was de bakplaat vol en het deeg op (neen, ik had het echt niet verstopt. Het was gewoon op), vertrokken de kinderen richting tuin en keek ik in de keuken en woonkamer rond. En besloot dat brooddegen meer dan een middagvullende activiteit is, zeker voor diegene die nadien niet alleen opruimt maar vakkundig alle restjes van heel gevarieerde oppervlakten mag afpulken.
De nutteloze tips van mijn kant (maak het deeg op voorhand, brooddeeg bij voorkeur buiten) wist u natuurlijk lang al. Dat hoefde ik u helemaal niet te vertellen, toch?
Herinnert u zich deze nog?
Wel, we gingen dus brooddegen. (Jawel, dat bestaat ook als werkwoord. Neen, ik verzin niet zomaar maar iets.) Geheel volgens het recept - mijn in handen gestopt door een deskundige - mengde ik één kop bloem, één kop zout en één kop water door elkaar tot...
ik een slijmerige massa verkreeg. Twee kinderkopjes loerden mij van links en rechts aan terwijl ik vlijtig kneedde steeds herhalend 'bijna klaar, bijna klaar'. Al het kneden ten spijt bleef de drab, gewoon drab. Waar er draptaartjes mee te maken waren. Wat KleineMeid glunderend deed. Zo glunderend dat de draptaartjes mee verhuisden van de keukentafel naar de zetel zodat pop ook een taartje kon eten.
'Wat extra bloem dan maar', dacht ik op dat moment. Ik reikte naar de zak bloem, schudde en zag nog net een ijl zweempje de pot in dwarrelen. Links van me zat een KleineVentenkopje me nog steeds hoopvol aan te kijken, wat me tot het domste dat ik kon doen aanzette. Ik nam mijn sleutels holde door de gang, de straat op en belde bij de buren aan. Die er niet waren. Holde naar de andere buren. Die wel bloem hadden, maar in de kelder. Heb je even? En o ja, hoe staat het met de verbouwingen? Ah nog niet begonnen. Juist, wat wou je ook al weer? Bloem. Wacht ik ga het even halen.
Eenmaal met bloem terug binnen zag ik dat KleineVent het kneden in eigen handen had genomen. En ook dat hij die drab niet zo leuk vond als zijn zus en dus zijn handen wilde afdrogen, wat ook niet bijster lukte gezien het brooddeeg-spoor van keuken naar badkamer naar woonkamer.
Maar hei! We gingen knutselen dus we gaan knutselen.
Ik schoof het eerste mengsel aan de kant en begon dapper opnieuw. Met een beetje minder water en kijk... je kon er zowaar sliertjes mee draaien. KleineVent en KleineMeid waren weer geïnteresseerd en klommen op hun stoel. Ze draaiden sliertjes, prikten koekjes uit en legden alles op de bakplaat. Of wacht... KleineVent legde van alles op de bakplaat. Ik draaide me naar KleineMeid die me met bolle wangen aankeek. En dat moment uitkoos voor een welgemikte
'Bleh'. Wupsakee daar belandde een goed uitgekauwd bolletje zoutdeeg op de grond. Waar KleineVent prompt insprong om een nieuw vormpje te gaan halen dat hij laten liggen had aan de andere kant van de kamer.
En toen was de bakplaat vol en het deeg op (neen, ik had het echt niet verstopt. Het was gewoon op), vertrokken de kinderen richting tuin en keek ik in de keuken en woonkamer rond. En besloot dat brooddegen meer dan een middagvullende activiteit is, zeker voor diegene die nadien niet alleen opruimt maar vakkundig alle restjes van heel gevarieerde oppervlakten mag afpulken.
De nutteloze tips van mijn kant (maak het deeg op voorhand, brooddeeg bij voorkeur buiten) wist u natuurlijk lang al. Dat hoefde ik u helemaal niet te vertellen, toch?
donderdag 26 mei 2011
Mijn wijnkisten
Ze staan nog altijd even wankel op elkaar, torsen geluidloos letters, woorden en verhalen. Dit is mijn plek tussen trap en trap. Met mijn rug naar de deuren, onconfortabel geplooid over enkele treden is dit mijn deur naar 'weg'.
Waar anders dan hier kan ik, na een dag die te zwaar op mijn schouders woog, iets vinden als dit:
Twee
Destijds in kinderspelletjes kon je,
bv. als je veter was losgeraakt,
gewoon 'twee' zeggen, en dan stond je
even buitenspel, niemand mocht je dan nog aantikken.
Voor jou had dat moeten blijven gelden.
Dat je 'twee' zei, 'ik ben even
mijn man kwijt', en dat die de laatste tien jaar
dan niet hoefden mee te tellen.
Of dat je, in plaats van te sterven
gewoon verstoppertje speelde
en dat we je nog steeds
niet hadden gevonden.
(H. Deconinck)
Vijfjarenplan
Ik hou van jou. Hou jij van wat niet kan.
Hou jij van je capaciteiten, ik van je gebreken.
Jij van je trots, en ik van hoe die zacht kan breken
in mijn armen. Jij van je moed. Ik van je zwakte nu en dan.
Hou jij van de toekomst. Ik van wat voorbij is gegaan.
Hou jij van de honderd levens die je wilde leven.
Ik hou van dat ene dat is overgebleven
en van hoe je daarom zo ver weg kunt zijn dicht tegen me aan.
Ik hou van wat is. Jij van wat zou.
Hou jij van mij. Ik hou van jou.
(H. Deconinck)
Ze staan nog altijd even wankel op elkaar, torsen geluidloos letters, woorden en verhalen. Dit is mijn plek tussen trap en trap. Met mijn rug naar de deuren, onconfortabel geplooid over enkele treden is dit mijn deur naar 'weg'.
Waar anders dan hier kan ik, na een dag die te zwaar op mijn schouders woog, iets vinden als dit:
Twee
Destijds in kinderspelletjes kon je,
bv. als je veter was losgeraakt,
gewoon 'twee' zeggen, en dan stond je
even buitenspel, niemand mocht je dan nog aantikken.
Voor jou had dat moeten blijven gelden.
Dat je 'twee' zei, 'ik ben even
mijn man kwijt', en dat die de laatste tien jaar
dan niet hoefden mee te tellen.
Of dat je, in plaats van te sterven
gewoon verstoppertje speelde
en dat we je nog steeds
niet hadden gevonden.
(H. Deconinck)
Vijfjarenplan
Ik hou van jou. Hou jij van wat niet kan.
Hou jij van je capaciteiten, ik van je gebreken.
Jij van je trots, en ik van hoe die zacht kan breken
in mijn armen. Jij van je moed. Ik van je zwakte nu en dan.
Hou jij van de toekomst. Ik van wat voorbij is gegaan.
Hou jij van de honderd levens die je wilde leven.
Ik hou van dat ene dat is overgebleven
en van hoe je daarom zo ver weg kunt zijn dicht tegen me aan.
Ik hou van wat is. Jij van wat zou.
Hou jij van mij. Ik hou van jou.
(H. Deconinck)
vrijdag 20 mei 2011
Annie
100 zou ze zijn vandaag. En daarom vis ik deze eens op. Lang geleden gehoord en nooit vergeten:
maar ook deze,
100 zou ze zijn vandaag. En daarom vis ik deze eens op. Lang geleden gehoord en nooit vergeten:
"Wanneer andere vrouwen stofzuigen, 's morgens om negen uur, of bedden opmaken of andijvie wassen, dan zit ik uit het raam te staren. Of ik lig op de bank. En niemand wil geloven dat dat werken is. Heel hard werken zelfs. En ik verdien er mijn brood mee. Ik lig dus op die bank en denk: Wat klinkt leuker: Ringel Rangel Ronde, of Ringel Rangel Roezemoes? Soms kan ik een kwartier met zo'n probleem bezig zijn. Er kwam eens een schilder de kamer behangen. Gaat uw gang maar, zei ik, dan werk ik ook gewoon door. Hij zag mij op de bank liggen en vond het duidelijk vreemd, maar liet niets merken. Na een uurtje zei hij: Moet u nou niet ‘s een beetje rusten?”
maar ook deze,
Aan een klein meisje
Dit is het land, waar grote mensen wonen.
Je hoeft er nog niet in: het is er boos.
Er zijn geen feeën meer, er zijn hormonen,
en altijd is er weer wat anders loos.
En in dit lang zijn alle avonturen
hetzelfde, van een man en van een vrouw.
En achter elke muur zijn and’re muren
en nooit een eenhoorn of een bietebauw.
En alle dingen hebben hier twee kanten
en alle teddyberen zijn hier dood.
En boze stukken staan in boze kranten
en dat doen boze mannen voor hun brood.
Een bos is hier alleen maar een boel bomen
en de soldaten zijn niet meer van tin.
Dit is het lang waar grote mensen wonen…
Wees maar niet bang. Je hoeft er nog niet in.
(Annie M.G. Schmidt)
donderdag 19 mei 2011
Haast
Lieve L.
Veel vroeger dan verwacht liet je je horen.
Midzomernacht duurde je nog te lang.
Een maand vroeger dan verwacht streel ik je babyzachte wang.
Tel ik je teentjes en kriebel ik je voetjes.
En dat nichtje van je. Diegene die stond te schreeuwen 'mijn mama, mijn mama'
maak je daar maar geen zorgen over, die draait wel bij.
Slaap maar, drink en groei.
Want ik ben benieuwd om je te leren kennen.
Je bent nu al bijzonder.
Je meter.
Lieve L.
Veel vroeger dan verwacht liet je je horen.
Midzomernacht duurde je nog te lang.
Een maand vroeger dan verwacht streel ik je babyzachte wang.
Tel ik je teentjes en kriebel ik je voetjes.
En dat nichtje van je. Diegene die stond te schreeuwen 'mijn mama, mijn mama'
maak je daar maar geen zorgen over, die draait wel bij.
Slaap maar, drink en groei.
Want ik ben benieuwd om je te leren kennen.
Je bent nu al bijzonder.
Je meter.
Knutselen
Vroeger, toen ik regelmatig vriendenboekjes mee naar huis kreeg om in te vullen, schreef ik naast hobby's altijd: knutselen. In mijn herinneringen zat ik altijd wel te knippen, plakken, schilderen of prutsen. (Ja, GroteKleineBroer wanneer ik niet aan het lezen was, tenminste)
Maar als mijn oudste aan mijn rok trekt en met grote ogen vraagt: 'Mama, gaan we knutselen?' dan voelt mijn hoofd aan als een grote, lege ruimte. En veel verder dan het ventje een leeg kaasdoosje en wat foam-stickers toeschuiven kom ik niet.
Dus in ouderwetse donderdag-vraagdag-traditie.
Welk knutselproject kun je mij aanraden? En als het nadien nog mooi genoeg is om uit te stallen, op te hangen of als je er -helemaal fantastisch- mee kan spelen ben ik helemaal in de wolken.
Vroeger, toen ik regelmatig vriendenboekjes mee naar huis kreeg om in te vullen, schreef ik naast hobby's altijd: knutselen. In mijn herinneringen zat ik altijd wel te knippen, plakken, schilderen of prutsen. (Ja, GroteKleineBroer wanneer ik niet aan het lezen was, tenminste)
Maar als mijn oudste aan mijn rok trekt en met grote ogen vraagt: 'Mama, gaan we knutselen?' dan voelt mijn hoofd aan als een grote, lege ruimte. En veel verder dan het ventje een leeg kaasdoosje en wat foam-stickers toeschuiven kom ik niet.
Dus in ouderwetse donderdag-vraagdag-traditie.
Welk knutselproject kun je mij aanraden? En als het nadien nog mooi genoeg is om uit te stallen, op te hangen of als je er -helemaal fantastisch- mee kan spelen ben ik helemaal in de wolken.
dinsdag 17 mei 2011
En toen gooide Blogger zomaar enkele stukjes en reacties in het grote zwarte gat, tsss...
Opnieuw dan maar. Denk voor de sport even dat het 12 mei is.
Waar ligt de grens tussen verwachten en verwelkomen?
Dat vroeg ik me af toen ik Annemoons dikke buik een aai gaf en haar veel succes wenste. Net zoals ik de afgelopen twee weken al deed bij elk afscheid.
Als lieve vrienden een derde kleintje verwachten, dan wacht je mee. Punt.
Als lieve vrienden een derde kleintje in hun armen sluiten, dan doe jij hetzelfde met je hart. Punt.
Dus vraag ik me nog steeds af. Wanneer stopte ik met wachten en is een nieuwe baby niet langer een woord, maar een weten?
Bij de eerste aanblik ingeduffeld in een zachte deken?
Bij de eerste aai?
Bij de eerste knuffel?
Eerder denk ik. Volgens mij op het moment dat ik wakker gerinkeld werd door de telefoon 's morgens vroeg. Op het moment dat mijn voeten op de trap roffelden in een 'hij of zij is er'-ritme. Om Annemoon te horen. Alles is in orde. Hij is er. Hij is in orde. Dat alles bezegeld door een naam.
Dat maakt van het verwachten, verwelkomen.
Opnieuw dan maar. Denk voor de sport even dat het 12 mei is.
Waar ligt de grens tussen verwachten en verwelkomen?
Dat vroeg ik me af toen ik Annemoons dikke buik een aai gaf en haar veel succes wenste. Net zoals ik de afgelopen twee weken al deed bij elk afscheid.
Als lieve vrienden een derde kleintje verwachten, dan wacht je mee. Punt.
Als lieve vrienden een derde kleintje in hun armen sluiten, dan doe jij hetzelfde met je hart. Punt.
Dus vraag ik me nog steeds af. Wanneer stopte ik met wachten en is een nieuwe baby niet langer een woord, maar een weten?
Bij de eerste aanblik ingeduffeld in een zachte deken?
Bij de eerste aai?
Bij de eerste knuffel?
Eerder denk ik. Volgens mij op het moment dat ik wakker gerinkeld werd door de telefoon 's morgens vroeg. Op het moment dat mijn voeten op de trap roffelden in een 'hij of zij is er'-ritme. Om Annemoon te horen. Alles is in orde. Hij is er. Hij is in orde. Dat alles bezegeld door een naam.
Dat maakt van het verwachten, verwelkomen.
maandag 16 mei 2011
Kiezen
Ik herinner me die keer dat ik nieuwe schoenen nodig had. En hoe mijn moeder jas en portefeuille nam en zei: 'Kom we gaan naar de winkel.' Ik herinner me hoe ik in de eerste winkel onmiddellijk het paar zag dat ik zocht. En ik schrijf bewust 'eerste winkel', want het credo van mijn mama was: 'eerst alle opties nagaan, dan pas kiezen'. En alle opties betekent ook letterlijk alle opties. Of in de schoenen-vertaling. Alle winkels in een omtrek van 30 km, alle schoenen in maat 35. Het kostte ons vijf uur van rijden, zoeken en passen. Hoewel ik steeds zei dat ik dat eerste paar wou uit de eerste winkel, moest ik passen. Je wist maar nooit. Uiteindelijk kochten we het eerste paar, maar als je denkt dat we er samen een les uit trokken. Vergeet het, de volgende keer ging het net weer zo.
Daar dacht ik aan toen Lief's ogen vervaarlijk begonnen te rollen toen ik de keukenmaker vroeg of hij toch nog eens keukenkast-staal B met het werkblad-staal Z wou combineren. Gewoon voor de zekerheid om te controleren of dat niet beter was dan staal A met staal Y.
Dat en het feit dat ik misschien meer op mijn mama lijk dan ik zelf denk.
Ik herinner me die keer dat ik nieuwe schoenen nodig had. En hoe mijn moeder jas en portefeuille nam en zei: 'Kom we gaan naar de winkel.' Ik herinner me hoe ik in de eerste winkel onmiddellijk het paar zag dat ik zocht. En ik schrijf bewust 'eerste winkel', want het credo van mijn mama was: 'eerst alle opties nagaan, dan pas kiezen'. En alle opties betekent ook letterlijk alle opties. Of in de schoenen-vertaling. Alle winkels in een omtrek van 30 km, alle schoenen in maat 35. Het kostte ons vijf uur van rijden, zoeken en passen. Hoewel ik steeds zei dat ik dat eerste paar wou uit de eerste winkel, moest ik passen. Je wist maar nooit. Uiteindelijk kochten we het eerste paar, maar als je denkt dat we er samen een les uit trokken. Vergeet het, de volgende keer ging het net weer zo.
Daar dacht ik aan toen Lief's ogen vervaarlijk begonnen te rollen toen ik de keukenmaker vroeg of hij toch nog eens keukenkast-staal B met het werkblad-staal Z wou combineren. Gewoon voor de zekerheid om te controleren of dat niet beter was dan staal A met staal Y.
Dat en het feit dat ik misschien meer op mijn mama lijk dan ik zelf denk.
vrijdag 13 mei 2011
Geluk tussen naald en draad
Een jaar geleden waren wij met een groep vrienden weg in de Westhoek. En midden het groen, dieren en de stilte zag ik een meisje dat ik herkende en nog eentje en nog eentje. Of, in alle eerlijkheid, ik herkende niet de meisjes, maar wel hun kleren.
Ze hoorden bij een mama die ik al enkele maanden volgde ik op het www.
Toen ik die meisjes aan een hek zag hangen (Ik denk dat ik twintig meter verder stond, toen de foto bovenaan haar blog gemaakt werd) , voelde ik een vervelende steek in mijn maag. Een die zei: 'dat wil ik ook kunnen, dingen maken.'
Tijdens de wandeling - af en toe gestoord om een kind uit de gracht te plukken of uit de boom te halen - vroeg ik me af waarom ik me zo voelde. Ik kon het toch? Ik had alle materiaal van geërfde naaimachine tot stof toch in huis?
Het punt was dat ik er niets mee deed. Ik ging naar de naailes, deed netjes wat de juf me zei en borg na de les mijn machine weer op.
Die avond trok ik om tien uur mijn naaimachine vanonder de trap en waagde mij aan een cirkelrokje. De volgende dag hees ik mijn dochter erin en voelde iets opborrelen dat in alles het tegenovergestelde was van die steek. Het was trots, contentement, blijheid en potverdikke verslavend.
We zijn een jaar verder en ik voel me een stukje meer mezelf
juist omdat ik het kan,
maar nog meer omdat ik er nu ook iets mee doe.
En neen, nog steeds geen foto's van wat ik fabriceer. Dat is niet wat Kruimels is, maar die zoemende naaimachine is wel een deel van mijn geluk geworden.
Dus dankje, polkadot-dochters om net op dat moment aan het hek te hangen.
Een jaar geleden waren wij met een groep vrienden weg in de Westhoek. En midden het groen, dieren en de stilte zag ik een meisje dat ik herkende en nog eentje en nog eentje. Of, in alle eerlijkheid, ik herkende niet de meisjes, maar wel hun kleren.
Ze hoorden bij een mama die ik al enkele maanden volgde ik op het www.
Toen ik die meisjes aan een hek zag hangen (Ik denk dat ik twintig meter verder stond, toen de foto bovenaan haar blog gemaakt werd) , voelde ik een vervelende steek in mijn maag. Een die zei: 'dat wil ik ook kunnen, dingen maken.'
Tijdens de wandeling - af en toe gestoord om een kind uit de gracht te plukken of uit de boom te halen - vroeg ik me af waarom ik me zo voelde. Ik kon het toch? Ik had alle materiaal van geërfde naaimachine tot stof toch in huis?
Het punt was dat ik er niets mee deed. Ik ging naar de naailes, deed netjes wat de juf me zei en borg na de les mijn machine weer op.
Die avond trok ik om tien uur mijn naaimachine vanonder de trap en waagde mij aan een cirkelrokje. De volgende dag hees ik mijn dochter erin en voelde iets opborrelen dat in alles het tegenovergestelde was van die steek. Het was trots, contentement, blijheid en potverdikke verslavend.
We zijn een jaar verder en ik voel me een stukje meer mezelf
juist omdat ik het kan,
maar nog meer omdat ik er nu ook iets mee doe.
En neen, nog steeds geen foto's van wat ik fabriceer. Dat is niet wat Kruimels is, maar die zoemende naaimachine is wel een deel van mijn geluk geworden.
Dus dankje, polkadot-dochters om net op dat moment aan het hek te hangen.
dinsdag 10 mei 2011
Wat een mens zich afvraagt in de ochtendspits
Leg mij eens uit wat dat is met die handtas.
Sinds wanneer worden die dingen in de plooi van onderarm/bovenarm gedragen? Een handvat is toch voor de hand en een schouderriem voor de schouder, dacht ik altijd? Waarom is het plots in om er bij te lopen als een kelner die niet weet dat ie zijn plateau kwijt is?
Zoiets vraag ik mij af als ik fijne tienermeisjes zie lopen met een oversized, volgepropte handtas schijnbaar nonchalant bungelend aan hun onderarm.
En steevast krijg ik een plaatsvervangende kramp.
Leg mij eens uit wat dat is met die handtas.
Sinds wanneer worden die dingen in de plooi van onderarm/bovenarm gedragen? Een handvat is toch voor de hand en een schouderriem voor de schouder, dacht ik altijd? Waarom is het plots in om er bij te lopen als een kelner die niet weet dat ie zijn plateau kwijt is?
Zoiets vraag ik mij af als ik fijne tienermeisjes zie lopen met een oversized, volgepropte handtas schijnbaar nonchalant bungelend aan hun onderarm.
En steevast krijg ik een plaatsvervangende kramp.
maandag 9 mei 2011
Shoppen
In een gestolen uur belandde ik in een klein tweedehandswinkeltje boordevol mooie kleren. Voor het eerst sinds lang slenterde ik rond, streelde de kleren. Ik wikte, keurde en hing hier en daar iets over mijn arm om te passen. Naast twee andere vrouwen was ik de enige klant. De vrouwen, een zestigjarige moeder en een dertigjarige dochter, vulden de winkel met hun opmerkingen. Of - in alle eerlijkheid - de moeder liet vooral van zich horen.
'Nog een rok? Maar meisje toch, je hebt er al zoveel.'
...
'Neen, in zo'n broek zie je er veel te dik uit.'
...
'Heb je al gezien wat dat kost? En dat voor gedragen spul.'
'Niet gedragen, mama, stockverkoop.'
'Om het even. Het is al lang en breed uit de mode.'
'Mama, laat me nu even.'
'Wanneer ga jij dat dragen? Die kleren met al die frullen. En wie moet dat weer wassen. Kom we zijn naar huis.'
'Komaan ma, ik wil nog even rondkijken.'
'Je draagt die dingen toch amper. En ik vind hier niets. Kom breng me naar huis. Ik moet nog strijken.'
'Moe, ik wil nog even rondkijken.'
'Ik wacht buiten wel. Tot zo!'
De vrouw draaide zich naar mij om en wierp me een 'Moeders!' blik toe.
Ik glimlachte even. Niet wetend hoe ik de 'ik weet het jammer genoeg niet'-blik moest overbrengen met mijn gezicht.
In een gestolen uur belandde ik in een klein tweedehandswinkeltje boordevol mooie kleren. Voor het eerst sinds lang slenterde ik rond, streelde de kleren. Ik wikte, keurde en hing hier en daar iets over mijn arm om te passen. Naast twee andere vrouwen was ik de enige klant. De vrouwen, een zestigjarige moeder en een dertigjarige dochter, vulden de winkel met hun opmerkingen. Of - in alle eerlijkheid - de moeder liet vooral van zich horen.
'Nog een rok? Maar meisje toch, je hebt er al zoveel.'
...
'Neen, in zo'n broek zie je er veel te dik uit.'
...
'Heb je al gezien wat dat kost? En dat voor gedragen spul.'
'Niet gedragen, mama, stockverkoop.'
'Om het even. Het is al lang en breed uit de mode.'
'Mama, laat me nu even.'
'Wanneer ga jij dat dragen? Die kleren met al die frullen. En wie moet dat weer wassen. Kom we zijn naar huis.'
'Komaan ma, ik wil nog even rondkijken.'
'Je draagt die dingen toch amper. En ik vind hier niets. Kom breng me naar huis. Ik moet nog strijken.'
'Moe, ik wil nog even rondkijken.'
'Ik wacht buiten wel. Tot zo!'
De vrouw draaide zich naar mij om en wierp me een 'Moeders!' blik toe.
Ik glimlachte even. Niet wetend hoe ik de 'ik weet het jammer genoeg niet'-blik moest overbrengen met mijn gezicht.
maandag 2 mei 2011
Mama dag
De jongste vertoonde sporen van alle kleuren van de regenboog. Goed verstopt achter of onder de oren, neusvleugels, nageltjes die nooit mogen geknipt worden en rimpelknietjes. En zingt voluit iets onverstaanbaars dat eindigt op mama, hoera!
De oudste vertelt honderduit over het liedje dat hij nog niet mag zingen en het cadeautje dat ik nog niet mag zien. Het gedichtje dat hij nog niet mag opzeggen. En de geheime verstopplaats die ik nog niet mag raden. (Het moet voor het eerst in zijn leven zijn dat hij het concept verrassing ten volle snapt. Vorige jaren kon ik het liedje dat mama in de bloemetjes zet al een week op voorhand mee zingen.)
Moederdag, commercie of niet, het wordt jaar na jaar aandoenlijker. Gevingerverfde kunstwerken die van ontschatbare waarde zijn omdat hun vingers waren die verfden. Een oeroud liedje met zoveel nieuwbakken charme gebracht dat de tranen in mijn ogen springen. En mijn lief die vraagt, moet ik ook iets doen? Je bent mijn mama niet, maar wel de mama van mijn kinderen.
Jammer genoeg leest mijn lief hier niet. Maar als u mijn lief kent, maak je hem dan tussen neus en lippen eens diets dat dit een mooi alternatief is voor het bosje bloemen dat hij altijd vergeet te kopen?
In naam van KleineMeid en KleineVent, natuurlijk. Want, hé ik ben zijn mama toch niet?
De jongste vertoonde sporen van alle kleuren van de regenboog. Goed verstopt achter of onder de oren, neusvleugels, nageltjes die nooit mogen geknipt worden en rimpelknietjes. En zingt voluit iets onverstaanbaars dat eindigt op mama, hoera!
De oudste vertelt honderduit over het liedje dat hij nog niet mag zingen en het cadeautje dat ik nog niet mag zien. Het gedichtje dat hij nog niet mag opzeggen. En de geheime verstopplaats die ik nog niet mag raden. (Het moet voor het eerst in zijn leven zijn dat hij het concept verrassing ten volle snapt. Vorige jaren kon ik het liedje dat mama in de bloemetjes zet al een week op voorhand mee zingen.)
Moederdag, commercie of niet, het wordt jaar na jaar aandoenlijker. Gevingerverfde kunstwerken die van ontschatbare waarde zijn omdat hun vingers waren die verfden. Een oeroud liedje met zoveel nieuwbakken charme gebracht dat de tranen in mijn ogen springen. En mijn lief die vraagt, moet ik ook iets doen? Je bent mijn mama niet, maar wel de mama van mijn kinderen.
Jammer genoeg leest mijn lief hier niet. Maar als u mijn lief kent, maak je hem dan tussen neus en lippen eens diets dat dit een mooi alternatief is voor het bosje bloemen dat hij altijd vergeet te kopen?
In naam van KleineMeid en KleineVent, natuurlijk. Want, hé ik ben zijn mama toch niet?
Abonneren op:
Berichten (Atom)