De film van twintig jaar geleden kan ik nog altijd feilloos afspelen.
Nu werd ik wakker.
Nu maakte ik het Lief wakker
Nu reden we in het holst van de nacht naar het ziekenhuis.
Nu pakte Lief alvast het koffertje uit. T-shirtjes zo groot als mijn handpalm plooide hij zorgvuldig op.
Nu keek ik wat benieuwd naar het lege bedje. Verwonderd.
Nu is het een grote waas van pijn. (Ze liegen - ik ben het nooit volledig vergeten)
Nu is hij er.
donderdag 18 juni 2026
Digitaal plakboek
donderdag 29 januari 2026
Gedichtendag 2026
stop!
sta heel even stil
heel even maar
en kom uit het geruis
in je hoofd in je leven
laat los
de tijd
en ga binnen
(als door een deur
of beter nog
onder een boog van armen)
ga binnen
in dit moment
voel de stoep
onder je voeten
hoor de merel en de vink
en het ritselen van de wind
leg een hand op je hart
voel
hoe het klopt
(siska goeminne)
Nog meer mooie woorden?
2025 - 2024 - 2023- 2022 - 2021- 2020 - 2019 - 2018 - 2017- 2016 - 2015 - 2014 - 2013 - 2012 - 2011 - 2010 - 2009 - 2008 - 2007 - 2006 - 2005 - 2004
Deze blog lijkt dan toch dat notitieboekje geworden. Dat boekje dat je vroeger altijd overal meenam om driftig in te schrijven. Nu staat het op de kast te verstoffen en af en toe blader ik eens. 'Och' en 'Ja, juist'.
Maar ik blijf vasthouden aan dit. Elk jaar een gedicht. Omdat het boekje me nog altijd bijzonder dierbaar is.
donderdag 30 januari 2025
Gedichtendag 2025
even sta je stil bij dit raam,
niet om wat het is maar om
wat het toont:
jezelf, weerspiegeld in
het huis van een ander,
je hele bestaan in een
lichaam vertaald
zo zijn de mooiste zaken -
een beetje verdwaald.
zoals het eerste licht
van zichzelf niet weet
dat het straalt
(Tom Dinneweth)
Nog meer mooie woorden?
2024 - 2023- 2022 - 2021- 2020 - 2019 - 2018 - 2017- 2016 - 2015 - 2014 - 2013 - 2012 - 2011 - 2010 - 2009 - 2008 - 2007 - 2006 - 2005 - 2004
vrijdag 17 mei 2024
Keukenparty
Het hele nest is verdwenen. Op de kalender staat een mix van sportlessen, werkafspraken en studie, die ik met een half oog bekijk. Vooral de conclusie stuitert vrolijk binnen: de benedenverdieping, wat zeg ik ... het huis, is de komende uren van mij.
In een huis met tieners is het al eens fijn om zelf te kiezen welke muziek door de boxen schalt. En hoe ver je de volumeknop naar rechts kan draaien. Dat er plaats is in de zetel en je niet de horde van vijf oogrollen en een zucht moet nemen of twee paar groot uitgevallen voeten aan de kant moet porren om een plek van 30 op 30 cm zitcomfort te bemachtigen. Dat je niet om de haverklap uit het boek dat je aan het lezen bent gehengeld wordt om gps te spelen voor verloren gewaande powerbanks en opladers.
Dat ik ongegeneerd en ongestoord mijn playlist kan aanklikken en door de woonkamer stuiter met moves die niet uit de toon zouden vallen in de biertent op Dranouter Folkfestival.
Dance like nobody is watching, is een mooi uitgangspunt. Eentje die me het allerbeste afgaat als er effectief niemand kijkt. Met mijn ogen dicht laat ik het ritme door mijn lijf dreunen. De melodie haakt touwtjes aan mijn armen, voeten en heupen. Ik tol, spring en dans.
En kijk, daar in het raam gereflecteerd zie ik nog iemand een klein feestje bouwen. Armen hoog, haren zwiepend, heupen wiegend. Ze ziet er gelukkig uit.
maandag 22 april 2024
Ankerpunt
Hij was een ankerpunt op weg naar het werk. Net zoals de brug (alsjeblieft niet open), de lichten (hopelijk niet op rood) en die ene steile helling bergop (lang leve de elektrische fiets)
Hij stond altijd buiten. Weer en wind wikkelden hem in een
dikke jas, muts en sjaal. Knalroze ochtendluchten trokken zijn blik naar boven.
Prille zomerzonnetjes lieten een klapstoeltje uitklappen op de stoep.
Ik sjeesde steevast voorbij voor het acht uur is en hij stond er als vast
ankerpunt. Het begon met een knikje, toen een opgestoken hand en na enkele
weken een vrolijk gezwaaide ‘goeiemorgen’.
Mijn ‘zwaaiopa’ was een echo van mijn eigen opa. Nooit meer in zijn sas dan op
1 september, waar hij opnieuw kon wuiven naar alle kinderen die terug naar
school gingen.
Misschien heb ik het de eerste keer niet gemerkt, maar na enkele dagen waaide er een ongrijpbare vleug onbehaagelijkheid. Iets was anders, tekort. Tot ik voelde hoe mijn blik naar nummer 173 getrokken werd en er enkel en alleen een gesloten deur te zien was. Week na week, rekte ik mijn hals en vertraagde ik mijn snelheid, maar er was geen wuivend gebaar te zien.
Deze morgen stond hij er opnieuw. Ik wuifde mijn arm net niet
uit de kom. ‘Goeiemorgen!’
En iets in mijn lijf loste. Hij stond er opnieuw.
donderdag 29 februari 2024
Winterslaap
Ooit las ik bij Webkim een geniale remedie tegen de winterdip. Ik verstop me onder een berg Tony Chocolony en eet zo traag een weg naar de lente.
Alle winterwandelingen en feeërieke kerstverlichting ten spijt, ik ben niet gemaakt voor de donkere wintermaanden. Maar omdat mijn systeem ook niet gemaakt is om zoveel chocolade te verzetten, bedacht het op zijn eentje een andere oplossing.
Ik had het zelf ook niet door. Pas toen ik voor de derde keer op drie weken tijd met een boek in mijn handen de deur van de boekenwinkel rinkelend achter me hoorde dichtvallen, viel het kwartje. Ik omringde me niet chocolade, maar met boeken. Echte boeken die zwaar wegen in je hand, ruiken naar onvertelde verhalen en geen lichtje hebben waardoor het nachtlampje echt wel aan moet in het lezen voor bedtijd-moment (sorry Lief!).
Ik bouwde een denkbeeldig hutje rond mezelf met boeken als bakstenen om zo langzaam de dagen om me heen weg lezen.
Inspiratie nodig?
- Cadeautje voor mezelf | Maartje Swillen
- Dit is niet wat er zal gebeuren | Zita Theunynck
- De moordclub op donderdag (en alle volgende boeken) | Richard Osman
- Waar zijn de wolken | Suzanne Grotenhuis
- Een tweede kans voor Missy | Beth Morrey
- Ghosts | Dolly Alderton
Het is lente voor je het weet.
maandag 12 februari 2024
waaien
Grijsblauw. Een flou artistique die de overgang tussen zee en lucht voor interpretatie vrij laat. Schijnbaar verlaten. Een stevige bries die me geen keuze in wandelrichting laat. Zo heb ik het strand het liefst.
Ik waai, parallel aan de horizon. Als een vlieger aan een touwtje tol ik over het lege strand. Armen wijd, licht naar achter gebogen. Fijne nevels jagen voor me uit. Mijn schoenen vullen zich gestaag met elke stap.
Aan het trapje wenkt de open deur van de boekenwinkel. De wind geeft een laatste duw en ik waai binnen. Mijn vingers dansen over de planken en mijn voeten laten een knerpend zandspoor verschijnen.
Ik ben op zoek naar niets, zeker geen extra centimeters als voorlopige dakpan van mijn 'nog te lezen stapel'. Gewoon kijken en snuisteren en snuiven. En toch - geen idee hoe, misschien de sterke wind - waait er een boek in mijn schoudertas.
maandag 29 januari 2024
Tijd
'Ik heb vier minuten. Vier minuten voelden gisteren als een eeuwigheid. Meer dan tijd genoeg om 500 meter treinspits-slalommen te overbruggen.
donderdag 25 januari 2024
Gedichtendag 2024
Nog meer mooie woorden?
2023- 2022 - 2021- 2020 - 2019 - 2018 - 2017- 2016 - 2015 - 2014 - 2013 - 2012 - 2011 - 2010 - 2009 - 2008 - 2007 - 2006 - 2005 - 2004
donderdag 9 november 2023
Het is altijd nu
Uit het archief van mijn notaboek...
Zomergulzigheid,
noem ik het. De nood om een zomerdag tot de allerlaatste minuut te plukken. In
het handjevol maanden dat de buitenlucht zacht en warm genoeg is om buiten te
leven, wil ik het onderste uit de kan halen. Neen, ik wil niet in de zetel
ploffen voor een film. De zon schijnt. We moeten erop uit. Kleine grote
avonturen beleven, roze avondluchten bewonderen en de zon zien zakken in de
zee.
Neen, ik wil mezelf niet aan mijn bureau parkeren. Er zijn meertjes waar in
gezwommen, hangmatten waarin gelezen en zomertafels waaraan gekeuveld moet
worden.
Ik waad door de zomer met een denkbeeldig vlindernetje boven mijn hoofd. Klaar
om elk mooi moment te vangen, te plukken en te bewaren.
Ik ben niet
alleen. Mijn jongste kampt met herfstgulzigheid. Hoeveel boswandelingen we ook
aaneen rijgen, de oker gekleurde bladeren vallen altijd te vroeg. Of
feestgulzigheid, waar de oudste na weken verlangend aftellen de dag zelf al vol
nostalgie wakker wordt want ‘vanavond is het weer voorbij’.
Maar tijd laat
zich niet hamsteren. Het is altijd gewoon nu. Nu, waarin ik op mijn rug dobber
in de zee. Nu, waar de zoveelste zomerbui teveel zich over mijn fietsende benen
uitstort. Nu, waarin ik dit stukje schrijf.
Of zoals Herman
de Coninck het mooi schreef:
Er is hier. Er is tijd.
En dat elke dag,
elk seizoen weer opnieuw.
woensdag 15 februari 2023
Klein Geluk | over woorden
Een gevoel in een woord vangen is altijd een klein geluk, schreef ik vorig jaar al. Vandaag ontdekte ik een nieuw juweeltje bij Lorimariette: apricity.
Het is een woord dat danst over je lippen en met de laatste lettergreep je mond in een glimlach vouwt.
Apricity en ervan genieten met een shabelleke. Dubbel klein geluk.
maandag 30 januari 2023
Vogels tellen
Verscholen achter het raam van het tuinbureau is mijn blik vastgelijmd aan het voederplekje in de tuin. Gewapend met de tellijst van het Grote Vogelweekend (en geflankeerd door de kat) staarde ik dit weekend ik een kwartier lang... vooral naar vogels die overvliegen.
Ik hoor getsjilp boven me, links en rechts, maar zie geen enkele vleugelslag of voorbijschietende schicht. De mussen, merels, duiven en kauwen die anders quasi permanent de tuin bevolken hebben de memo duidelijk gemist.
Na een kwartier staren en me afvragen of ik misschien net het middagdutje van alle gevederde wezens trof, landt één enkele koolmees op een bengelende vetbol. Verheugd cirkel ik een rondje op het tellijstje.
donderdag 26 januari 2023
Gedichtendag 2023
Nog meer mooie woorden?
2022 - 2021- 2020 - 2019 - 2018 - 2017- 2016 - 2015 - 2014 - 2013 - 2012 - 2011 - 2010 - 2009 - 2008 - 2007 - 2006 - 2005 - 2004
woensdag 12 oktober 2022
5 minuten spijbelen
Elke morgen buigt het stuur van mijn fiets als vanzelf naar rechts, terwijl het kantoor echt wel links ligt.
Ik fiets evenwijdig met de horizon. Onder mijn wielen knerpt opgewaaid zand en rechts golft de altijd grijze Noordzee.
Zoals elke morgen strek ik mijn nek, wanneer ik het afgebakende stukje strand nader.
Liggen ze er?
Eentje of twee?
Zeelucht is altijd fijn, maar de dag krijgt een extra glans als ik een donker zeehondenlijfje aan de vloedlijn spot.
Vandaag is een dag waar ik mijn remmen toeknijp en halt hou aan het afgezette stuk strand. In de branding ligt strike-a-pose gewijs een jonge zeehond. Na even puzzelen lukt het om kop en staart uit elkaar te houden. De zeehond krult zich als een banaan en hupst even later als een vreemd vervormde springbal richting de vloedlijn.
Met elk zeehondenhuppeltje kruipen mijn mondhoeken hoger en hoger.
Een zeehondensnoet duikt weg onder het wateroppervlak. Het zand knerpt wanneer ik wegfiets.
De beste vijf minuten spijbelen.
vrijdag 30 september 2022
Opgeruimde woorden
De eerste herfstbries blies ons de kelder in. De plek waar we de afgelopen jaren alles wat elders in het huis in de weg stond lieten vallen op een steeds groter wordende berg spullen. Uit het oog, uit het hart. Of zoiets.
Want samen met de eerste herfstbries werd er stof geblazen van het plan om op de jaarlijkse rommelmarkt ons dekentje uit te gooien. En daarvoor was een stevige sorteerronde nodig: rommelmarkt - kringwinkel - containerpark - verkopen - bewaren.
Opruimen voelt als de tijd even uitrekken en dan weer opvouwen. Duploblokken die jaren geleden dagelijks de vloer kleurden, nu als een grote brij in de plastieken bak. Barbiepoppen in twijfelachtige kledingcombinaties boven elkaar gepropt in vier schoendozen. Het kapot gespeelde Monopolyspel (nooit meer!), uitgedroogde playdoh klei (in elk potje hetzelfde onbestemde bruin) en boeken die door het boekenrek werden uitgespuwd.
We sorteren, ruimen op en sleuren dozen en bakken naar boven voor een enkeltje kringwinkel - containerpark. Laag na laag trekken we de herinneringen van de spullen af en sorteren we wat het houden waard is. Playmobilpoppetjes, kindertekeningen en oude rapportjes.
Ik delf de twee bananendozen op die ik al achter me aan sleep sinds mijn 18e. Dozen propvol gestouwd met schriften, notitieboeken en dagboeken. Van het knalroze exemplaar met wankele achtjarige hanenpootjes: 'lief dagboek, vandaag gingen we naar de dierentuin' tot exemplaren waar er tientallen pagina's uitgescheurd zijn, geen flauw idee meer waarom.
Duizenden woorden, neergekrabbeld. Stapels papier die grote en kleine dromen, honderden soorten verdriet en al lang vergeten anekdotes bewaren.
Ik schuif ze in een hoekje - omringd met de bakken duplo en het loopfietsje waar ik geen afstand van wil doen - en schrijf met grote letters op de doos. Bewaren!
woensdag 23 februari 2022
Shabelleke
Ik vond de uitdrukking niet uit, die eer gaat naar Margo zonder t, maar een gevoel treffend in een woord vangen, is altijd een groot klein gelukske.
De lente rolt zich elk jaar opnieuw langzaam uit over onze tuin. Aarzelend bijna. De eerste zonnestralen zijn altijd voor het uiterste hoekje rechts, niet toevallig daar waar de potten vol aardbeienplantjes resideren. Een klein hoekje uit de wind, onder de kale takken van de krulwilg.
Niet toevallig het plekje waar een stoeltje staat, strategisch gestationeerd daar waar de meeste zon te vangen is en de wind de meeste bochten moet maken om je te raken.
Zodra de lucht blauw kleurt en de zon lang genoeg om de wolken heen danst, vouw ik mezelf in het strategische hoekje. Met dikke penseelstreken schilderen de zonnestralen een warme gloed op mijn gezicht, soms slechts een jukbeen, neuspuntje of wang.
Maar altijd zit ik te gloeien van contentement in mijn stoeltje, helemaal opgeladen.
donderdag 27 januari 2022
Gedichtendag 2022
De lezer (stadsgedicht)
De lezer is een vreemde soort.
Men hoort hem niet
en denkt dat men hem ziet,
maar waar hij zit is hij niet
en ongehoord
is het leven in zijn hoofd.
Stoor hem dus niet,
hij is er bezig met bestaan.
Komt hij zo terug, weer
het gerucht in waar hij hoort,
luister dan: het lezen
heeft hem anders verwoord.
Bernard Dewulf
2021- 2020 - 2019 - 2018 - 2017- 2016 - 2015 - 2014 - 2013 - 2012 - 2011 - 2010 - 2009 - 2008 - 2007 - 2006 - 2005 - 2004
dinsdag 21 december 2021
De foto die ik niet maakte #17
Pimpelmees. Zeg die naam eens driemaal na elkaar.
Ik weet niet hoe het bij jou werkt, maar ik word er vrolijk van. Het is een woordje dat over je lippen lijkt te huppelen en met de sss nog even je mondhoeken met een klein rukje omhoog trekt.
Voor het raam van mijn tuinbureau hangen twee voederhuisjes en sindsdien is de krulwilg in onze tuin de hangplek voor mussen, koolmezen en pimpelmezen. Het vetblokje werd na een week gereduceerd tot gatenkaas en de voorraad zaadjes zakt zienderogen.
Vandaag schijnt een heldere winterzon aan een blauwe lucht, de laatste dappere gele krulwilgblaadjes zeilen tollend naar beneden en drie pimpelmezen schuiven op het zwarte snoer van de lichtslinger die voor het raam hangt.
Ik tel ze: pim-pel-mees-pim-pel-mees-pim-pel-mees.
Mijn mondhoeken krullen zich in een lach.
woensdag 15 december 2021
Over tijdperken
Bij (opnieuw) gebrek aan enige vorm van woon-werk verkeer – tenzij je die tien stappen van en naar het tuinbureau meetelt – loop ik elke morgen een rondje van voordeur naar voordeur met een omweg via de velden.
De lucht verkleurt
deze dagen langzaam van inktzwart naar diepblauw. Het is de tijd van het jaar
waar ik op ben voor de zon en al lang aan het werk ben wanneer zij zich met een
gouden oranje geeuw uitrekt aan de horizon.
Het ommetje voert
elke dag ook opnieuw langs de crèche en basisschool van de kroost. Of wat ooit
hun crèche en basisschool was. Elke morgen kruis ik een stoet ouders die dik
ingepakte peuters en kleuters uit auto- en fietsstoeltjes hijst en belanden met
rugzakjes hun kroost afzet in de opvang.
Hoezo is dit
tijdperk al voorbij? Het tijdperk van afzetten en ophalen. Maar ook van kleine
handjes die bijna verdwijnen in mijn hand. Van op je knieën zakken voor de
laatste dikke knuffel.
Tegenwoordig
bestaat mijn taak er ’s morgens slechts in de twee pubers tijdig op hun fiets
richting school te krijgen. En zelfs daarover bestaat discussie in de rangen. Nog even en ze geven moeiteloos een kus op
mijn kruin zonder zelfs op hun tenen te staan.
Ik dwars het
plein voor de kerk. Het baantje dat ik duizenden keren liep. Met een peuter die
het woord haast nog niet in zijn woordenboek staan had (en nu ik erbij nadenk,
als puber nog steeds niet). Met een kleuter die honderduit kwebbelde. Twee
fietsjes achterna hollend, zwaar gehinderd door boekentasjes en turnzakken die
tegen mijn benen sloegen.
Mijn armen herinneren zich nog het vertrouwde gewicht van het kind dat te moe
was om naar huis te stappen, twee handjes die zich in elkaar vouwden onderaan
mijn nek.
De lucht is ijsblauw.
De zon drukte duidelijk nog even op de snooze-knop en hier op het baantje dat het
plein voor de kerk dwarst, besef ik. Al die versies van hen lopen voor altijd
met mij mee (of fietsen met een rotvaart voor me uit)
zaterdag 20 november 2021
Tijdbewaker
In een kluitje troepen ze samen op hun witte schoorsteenmantel. Een legertje klokken. Een waaier aan vervaagde kleuren met gouden slijtplekken. Een bosje aan wijzers wuift in alle windrichtingen. Uitbundig rechtop, halfslachtig in het midden of lusteloos onderaan bungelend. Een enkele secondewijzer hangt bungelend met de top aan de richel van vijf voor twaalf.
Het kleinste klokje weegt troostend zwaar in mijn hand. Ik luister even of ik de weggetikte tijd kan horen. Zijn die bewaarde seconden, minuten en uren voor altijd verweven in het radarwerk?
Dit leger klokken bewaakt de tijd niet langer. Ze bewaren hun moment. Bevroren in de tijd legden ze zichzelf het zwijgen op.
Ik dwaal niet langer door het Huis van de Dichter. Ik ben verloren in het moment. Tijd bestaat niet wanneer je omringd bent door zwijgende klokken. Vandaag ontglip ik aan de wereld en laat die zijn nieuwe zelfde rondje razen en draaien zonder mij.
Ik bewaak mijn moment, bewaar mijn moment.
Voor onbepaalde tijd is het het 19 voor 2 en hier aan tafel voel ik me stilvallen.


